Aan het college van burgemeester en wethouders worden de hierna genoemde bevoegdheden gedelegeerd:
De bevoegdheden opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht en overige wetgeving met soortgelijke bevoegdheden met betrekking tot voorbereiding van besluiten en besluiten op bezwaar- en beroep (voor zover dit niet reeds valt onder de algemene bevoegdheid van het college tot voorbereiding van besluiten van de raad c.q. het voeren van rechtsgedingen e.d., als bedoeld in artikel 160 Gemeentewet of de bevoegdheid van de van de Commissie rechtsbescherming). Onder deze bevoegdheden zijn in ieder geval begrepen:
het doorzenden van geschriften tot behandeling waarvan kennelijk een ander bestuursorgaan bevoegd is;
het bieden van de gelegenheid tot het herstel van vormverzuim (aanvulling aanvraag/motivering e.d.);
het horen van aanvrager en belanghebbenden om hun zienswijze naar voren te brengen;
het verdagen van een beslissing op aanvraag of op een bezwaarschrift;
het besluiten tot toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 3.4 van de Awb;
overige niet nader genoemde voorbereidingshandelingen
Besluiten op verzoeken in het kader van artikel 4:18 Algemene wet bestuursrecht (dwangsom bij niet tijdig beslissen) waarbij de raad als bestuursorgaan betrokken is.
Besluiten met betrekking tot verzoeken om informatie als bedoeld in de Wet openbaarheid van bestuur.
Besluiten tot het aanwijzen van trouwlocaties als huis der gemeente als bedoeld in artikel 1:63 Burgerlijk Wetboek en artikel 1 Besluit burgerlijke stand voor het voltrekken van huwelijken en partnerschapsregistraties.
Besluiten als bedoeld in artikel 9 en 11 van de Wegenwet (onttrekken weg aan de openbaarheid);
Besluiten tot het vaststellen van grenzen van de bebouwde kom of kommen als bedoeld in artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;
Besluiten tot het vaststellen van grenzen van de bebouwde kom of kommen als bedoeld in de Wet natuurbescherming
Aan de door de gemeenteraad ingestelde werkgeverscommissie worden de bevoegdheden gedelegeerd die rechtstreeks voortvloeien uit de Ambtenarenwet, de op deze wet gebaseerde en door de raad vastgestelde rechtspositionele voorschriften en de artikelen 107 tot en met 107e Gemeentewet, met uitzondering van de bevoegdheden als bedoeld in artikel 107 (benoemen, schorsen als disciplinaire maatregel en ontslaan van de griffier), 107a, tweede lid (instructie van de griffier), 107d, eerste lid (vervanging van de griffier) en 107e, eerste lid (vaststelling en wijziging van de organisatie van de griffie) van de Gemeentewet behoudens het vaststellen en wijzigen van de arbeidsvoorwaardenregeling;
Aan het college van burgemeester en wethouders wordt de bevoegdheid gemandateerd tot afwijzing van aanvragen tot vaststelling van een bestemmingsplan.