De Wmo verstaat onder beschermd wonen het volgende:
Wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
Voor het bieden van beschermd wonen kan aanleiding bestaan indien iemand er vanwege psychische problematiek niet in slaagt om zelfstandig te wonen zonder de directe nabijheid van 24 uur per dag toezicht of ondersteuning. Tot nu toe wonen veel mensen die zich vanwege psychische problemen niet zelfstandig kunnen handhaven in regionale instellingen voor beschermd wonen (RIBW).
Als blijkt of wordt gesignaleerd dat de burger (mogelijk) beschermd wonen nodig heeft, wordt deze situatie gemeld bij de Centrale Intake Maatschappelijke Opvang Twente (CIMOT). Vanuit het Cimot wordt, samen met de gemeente van herkomst en de melder de noodzaak beoordeeld. Indien een voorziening in de vorm van beschermd wonen noodzakelijk is, wordt bij voorkeur een plaats in de gemeente van herkomst gerealiseerd. De maatwerkvoorziening beschermd wonen wordt door de centrumgemeente toegekend en gerealiseerd.
Het criterium is dat de voorziening erin moet voorzien dat cliënt, indien dat kan en zo snel mogelijk, weer in staat is zich op eigen kracht te handhaven in de maatschappij.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.3
Beschermd wonen
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Rijssen-Holten 2017