Een subsidie als bedoeld in artikel 5 dient aantoonbaar bij te dragen aan ten minste één van de volgende door de gemeente gewenste maatschappelijke doelen:
toename van de kwaliteit van leven (welbevinden, geluk);
toename van de maatschappelijke participatie;
verhoging van de zelfredzaamheid;
vermindering van de sociale kwetsbaarheid;
een gezondere leefstijl;
versterking van de lokale sociale structuur.