1. De monumentenvergunning kan door het college worden ingetrokken indien:
a. blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
b. blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 10, tweede lid, niet naleeft;
c. de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen;
d. niet binnen 26 weken na vergunningverlening van de vergunning gebruik wordt gemaakt.
2. De beschikking tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de monumentencommissie.
Hoofdstuk 2. Gemeentelijke monumenten in de zin van artikel 1, onder 3 a. › Paragraaf 2. Monumentenvergunning.
Artikel 14. Intrekken van de vergunning.
Artikel 14. Intrekken van de vergunning.
Onderdeel van Monumentenverordening 2006