1. De raad stelt een cultuurhistorische waardenkaart vast.
2. Het college is bevoegd de cultuurhistorische waardenkaart te wijzigen.
3. Op de cultuurhistorische waardenkaart wordt aangegeven welke cultuurhistorische waarden zijn aan te merken als gemeentelijk monument.
4. Voor vaststelling of wijziging van de cultuurhistorische waardenkaart wordt de monumentencommissie om advies gevraagd.
5. Bij iedere vrijstellingsprocedure als bedoeld in artikel 19, eerste of tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening waarbij cultuurhistorische waarden zijn betrokken die op de cultuurhistorische waardenkaart zijn aangegeven, wordt de monumentencommissie om advies gevraagd.
6 Bij iedere vrijstellingsprocedure als bedoeld in artikel 19, derde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening die een gemeentelijk monument betreft als bedoeld in artikel 1 onder 3b, wordt de monumentencommissie eveneens om advies gevraagd.
7. Aan ruimtelijke ontwikkelingen die betrekking hebben op cultuurhistorische waarden, die op de cultuurhistorische waardenkaart zijn aangegeven, verleent het college slechts medewerking indien door de initiatiefnemer een cultuurhistorisch onderzoek wordt overlegd, waarvan de resultaten door het college in de besluitvorming worden afgewogen, nadat de monumentencommissie over dit onderzoek een advies heeft uitgebracht.
Hoofdstuk 4. Cultuurhistorische waarden.
Artikel 17. Cultuurhistorische waardenkaart
Artikel 17. Cultuurhistorische waardenkaart
Onderdeel van Monumentenverordening 2006