1. Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van:
a. de weigering van het college een vergunning tot wijziging, afbraak of gemeentelijk monument gemeentelijk monument te verlenen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, of afbraak van een bouwwerk als bedoeld in artikel 16 van deze verordening;
b. voorschriften door het college verbonden aan een vergunning tot wijziging, afbraak of verwijdering van een gemeentelijk monument;
schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent de raad hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.
2. Voor de behandeling van de aanvragen zijn de bepalingen van de verordening ter regeling van de procedure bij toepassing van artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 5. Schadevergoeding.
Artikel 19. Schadevergoeding
Artikel 19. Schadevergoeding
Onderdeel van Monumentenverordening 2006