In de volgende situaties van schending van de inlichtingenplicht wordt volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing:
Er is geen sprake van financiële benadeling.
De belanghebbende heeft binnen een redelijke termijn na verstrijken van de periode van vijf werkdagen (ongevraagd) of een andere, schriftelijk meegedeelde periode, aan de inlichtingenplicht voldaan. Binnen deze redelijke termijn wordt het verzuim niet aangemerkt als een schending van de inlichtingenplicht. Er is dan geen sprake van een boetewaardige gedraging. De redelijke termijn is één maand gerekend vanaf het moment van wijziging in de persoonlijke situatie van de belanghebbende.
Een schriftelijke waarschuwing wordt ook gegeven wanneer het benadelingsbedrag lager is dan € 100,-.
Artikel 6.
Het geven van een schriftelijke waarschuwing
Onderdeel van Beleidsregels bestuurlijke boete Participatiewet, IOAW en IOAZ Meierijstad 2017