Van niet bijstandsgerechtigden wordt maandelijks een terugbetaling van 6% vereist van de van toepassing zijnde bijstandsnorm en toeslag, vermeerderd met 25% van het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de van toepassing zijnde bijstandsnorm.
Ten aanzien van niet bijstandsgerechtigden met een fraudevordering wordt maandelijks een terugbetaling van 10% vereist van de van toepassing zijnde bijstandsnorm en toeslag, vermeerderd met 50% van het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de van toepassing zijnde bijstandsnorm.
Het aflossingsbedrag, zoals vermeld in het terug- en invorderingsbesluit, geldt als een opgelegde betalingsverplichting.
Indien de belanghebbende niet voldoet aan de opgelegde terugbetalingsverplichting is de vordering dan wel het restant van de vordering alsnog direct ineens opeisbaar.
Hoofdstuk 3.
Artikel 14.
Vaststelling duur en hoogte van de maandelijkse aflossingsverplichting bij belanghebbenden die geen recht hebben op een uitkering krachtens de Participatiewet, IOAW of IOAZ
Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ Meierijstad 2017