De onderhoudsplichtige, die door tussenkomst van een schuldhulpverlenende organisatie in een schuldsanering zit, wordt vermoed geen draagkracht te hebben als wordt aangetoond dat
Redelijkerwijs te voorzien is dat de onderhoudsplichtige niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden en de onderhoudsverplichting ten aanzien van de ex partner, en;
Redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen van schuldeisers tot stand komt, inclusief de onderhoudsverplichting ten aanzien van kinderen;
De vordering van het college wegens verhaal van bijstand ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vordering van de schuldeisers van gelijke rang.
Het besluit om medewerking te verlenen aan een schuldregeling wordt ingetrokken indien
Niet binnen twaalf maanden nadat het besluit is bekendgemaakt, een schuldregeling tot stand is gekomen;
Onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid.
De onderhoudsplichtige wordt geacht geen draagkracht te hebben als hij is toegelaten tot en voor de duur van het gerechtelijke traject van schuldsanering in het kader van de WSNP.
De vordering op de onderhoudsplichtige in verband met verhaal van bijstand wordt, tot de datum van toelating tot een schuldsanering in het kader van de WSNP, ingebracht in de schuldsanering.
Artikel 5.
Bij schuldsanering geen draagkracht
Onderdeel van Beleidsregels verhaal Participatiewet Meierijstad 2017