Het bestuursorgaan benoemt de commissie die bestaat uit ten minste drie leden waaronder een voorzitter. Tot voorzitter respectievelijk lid zijn niet benoembaar personen die deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan. De leden zijn tevens plaatsvervangend voorzitter.
De leden van de commissie worden benoemd voor een periode van vier jaar. Ze zijn een maal herbenoembaar.
De leden van de commissie worden benoemd, geschorst en ontslagen door het bestuursorgaan. De leden kunnen slechts van hun functie ontheven worden wegens verwaarlozing van hun taak of wegens andere redenen op grond waarvan handhaving als lid redelijkerwijs niet kan worden verlangd. Het lid maakt per direct geen deel meer uit van de commissie.
De leden van de commissie kunnen op enig moment tijdens hun benoemingsperiode zelf terugtreden. Zij stellen het bestuursorgaan schriftelijk op de hoogte. Het vertrekkend lid blijft aan totdat in zijn of haar opvolging is voorzien, tenzij sprake is van ernstige onvoorzienbare omstandigheden.
Artikel 3
Benoeming en samenstelling commissie
Onderdeel van Regeling gemeenschappelijke rechtspositionele kamer