Het college wijst de subsidieaanvraag af indien de voorziening niet voldoet aan het bepaalde in de artikelen 2 en/of 5 en/of 6 en/of 7 van deze verordening.
Het college wijst de subsidieaanvraag eveneens af indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:
de voorziening niet of niet geheel zal worden getroffen.
de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.
de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen over de getroffen voorziening en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten.
Het college wijst de subsidieaanvraag ook af indien de aanvrager:
in het subsidieverzoek onvoldoende heeft aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het uitvoeren van de activiteiten waarvoor de subsidie is aangevraagd.
in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zouden hebben geleid, of
failliet is verklaard of aan hem surseance van betaling is verleend, dan wel een verzoek daartoe de rechtbank is ingediend.
Het college stelt beleidsregels vast met daarin voor organisaties een plafond qua eigen vermogen die past bij de aard en de omvang van de organisatie. Bij het overschrijden van dit plafond wijst het college de subsidieaanvraag af. Indien het een organisatie betreft die achtereenvolgens drie of meer jaren een subsidie heeft ontvangen wordt een passende afbouwregeling getroffen.
Voorts wijst het college de subsidieaanvraag af als het subsidieplafond, zoals bedoeld in artikel 4, is bereikt.
Hoofdstuk 3:
Artikel 15
Weigeringsgronden
Onderdeel van Subsidieverordening maatschappelijk welzijn gemeente Eersel 2017