Naar hoofdinhoud
1. De uitoefening in mandaat van de bevoegdheden, vermeld in het bij dit besluit behorende Schema’s A en B, wordt opgedragen aan de daarin genoemde functionarissen; 2. De uitoefening van deze bevoegdheden vindt plaats met inachtneming van: a. de regels van het organisatiebesluit en de procuratie- en budgethoudersregeling; b. de regels genoemd in Hoofdstuk 2; c. de aanwijzingen vermeld in de Schema’s A en B. Als op grond van het organisatiebesluit en de procuratieregeling meerdere afdelingen bij het besluit betrokken zijn, tekent één mandataris voor het geheel. De ondertekening van brieven vindt plaats met inachtneming van de regels genoemd in Hoofdstuk 3. Wijzigingen in de mandatering vinden plaats door wijziging van de Schema’s A en B.

Rechtspraak bij dit artikel