1. De bevoegdheid tot ondertekening van brieven, waarin een besluit genomen door een bestuursorgaan wordt medegedeeld, berust (naast het bestuursorgaan zelve) ook bij afdelingshoofden, directeuren of de portefeuillehouder.
2. Het bepaalde in lid 1 geldt niet voor stukken:
gericht aan
i. de Kroon;
ii. een Minister;
iii. een Commissaris van de Koningin;
iv. Gedeputeerde Staten;
v. de gemeenteraad;
betreffende het algemeen dan wel het gemeentelijk belang;
betreffende aangelegenheden waarbij meerdere portefeuillehouders betrokken zijn.
3. De ondertekening is identiek aan het bepaalde in artikel 6. Boven de ondertekening wordt echter vermeldt: “overeenkomstig het besluit van burgemeester en wethouders / de burgemeester van Heerlen, genomen op (datum besluit)”.
HOOFDSTUK 3
Artikel 7