Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 17

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Verordening auditcommissie

1.. Na de opening van de vergadering kunnen ook anderen dan de leden van de auditcommissie, burgemeester en wethouders gebruik maken van het spreekrecht aan het begin van de vergadering, gedurende maximaal tien minuten, waarbij elke inspreker maximaal twee minuten het woord krijgt. 2.. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit aan de voorzitter van de auditcommissie. Hij vermeldt daarbij ten minste zijn naam en adres . 3.. De inspreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De inspreker richt zich tot de voorzitter, vanaf een door de voorzitter aangewezen plaats. De auditcommissie kan aan de insprekers nadere toelichting vragen op hun inbreng.

Rechtspraak bij dit artikel