1.
Het college kan subsidieplafonds vaststellen. In dat geval bepalen zij bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie. Een subsidieplafond kan niet hoger zijn dan de in de gemeentebegroting voor het betreffende (deel-)beleidsterrein opgenomen financiële middelen. Indien bij het vaststellen van het subsidieplafond geen wijze van verdeling is bepaald, worden subsidies verleend op volgorde van ontvangst.
2.
Subsidieplafonds worden bekendgemaakt op de wijze als bepaald in artikel 3:42 lid 2 Algemene wet bestuursrecht en artikel 139 Gemeentewet. Bij het bekendmaken van subsidieplafonds wordt erop gewezen dat het vaststellen van een subsidieplafond tot gevolg kan hebben dat geen of slechts deels aanspraak bestaat op subsidie.
3.
Het college kan een subsidieplafond verlagen:
a.
als het wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; of
b.
als de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd.
4.
Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging.
5.
Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. In de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.
6.
Genormeerde subsidie worden bij overschrijding van het subsidieplafond verleend naar rato van de omvang van de aanvragen.
HOOFDSTUK 1.
Artikel 4.
Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud
Onderdeel van Algemene subsidieverordening Haarlemmermeer 2017