1. Het college ziet geheel af van een verlaging als:
a. elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt, of;
b. de gedraging meer dan een jaar voor constatering daarvan door het college heeft plaatsgevonden.
2. Het college kan besluiten de maatregel op een lager niveau, voor een kortere duur of op nul vast te stellen als de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid, en persoonlijke omstandigheden hiertoe aanleiding geven.
3. Als het college een besluit neemt op basis van haar bevoegdheid als bedoeld in lid 2 van dit artikel, wordt een belanghebbende hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld. Artikel 17 van deze verordening is van toepassing op een dergelijk besluit.
Hoofdstuk 1.
Artikel 4.
Afzien van verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Ede 2017