De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 7 en 8 van deze verordening, wordt vastgesteld op:
a. 10% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie;
b. 20% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie;
c. 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie.
Hoofdstuk 2.
Artikel 9.
Hoogte en duur van de verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Ede 2017