1. De secretaris van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur wordt door het algemeen bestuur benoemd, geschorst en ontslagen. Het dagelijks bestuur draagt de directeur, of een door hem aan te wijzen ambtenaar voor ter benoeming tot secretaris.
2. Het dagelijks bestuur benoemt op voordracht van de directeur een plaatsvervangend secretaris.
3. Artikel 103 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.