In deze regeling wordt verstaan onder:
a. de-minimissteun:
steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in de (de-minimis)verordening (EU) Nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector, PbEU, L 352 van 24 december 2013, blz. 1, met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen;
b. BIJ12:
uitvoeringsorganisatie van de gezamenlijke provincies, zijnde onderdeel van de Vereniging het Interprovinciaal Overleg;
c. ganzenrustgebieden:
de gebieden binnen de provincie Utrecht die door Gedeputeerde Staten van Utrecht bij besluit van 10 maart 2015, nr. 814B8D16, als ganzenrustgebieden zijn aangewezen;
d. gewasperceel:
een stuk landbouwgrond dat in gebruik is bij één grondgebruiker. Het heeft één gebruikstitel en wordt beteeld met één gewas;
e. grondgebruiker:
degene die gerechtigd is de grond te gebruiken, hetzij als eigenaar, hetzij krachtens een beperkt recht, hetzij krachtens een pachtovereenkomst;
f. onderneming:
onderneming als gedefinieerd in artikel 2 van de verordening (EU) Nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013;
g. ontvanger:
de grondgebruiker aan wie op grond van deze regeling een vergoeding wordt verstrekt;
h. automatische taxatie:
taxatie van de schade die zonder voorafgaande aanvraag plaatsvindt op percelen binnen ganzenrustgebieden;
i. tegemoetkoming:
tegemoetkoming als bedoeld in artikel 15.53 van de Omgevingswet.
Artikel 1