1. Bij een gedraging van de eerste categorie volgt een waarschuwing mits het een eerste gedraging betreft.
2. De maatregel in geval van gedragingen in de zin van artikel 4 en 5 vandeze verordening bedraagt:
a. 10% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bijee tweede gedraging van de eerste categorie binnen 12 maanden na de waarschuwing zoals bedoeld in het eerste lid;
b. 20% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen van de tweede categorie;
c. 40% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen vande derde categorie;
d. 100% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen van de vierde categorie.
Hoofdstuk 2
Artikel 6