Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 13

Wonen

Onderdeel van Beheersverordening Ceramique 2016

13.1 Besluitvlakomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: wonen in de vorm van grondgebonden woningen; gestapelde woningbouw, uitsluitend ter plaatse van het besluitsubvlak 'gestapeld [gs]'; aan-huis-verbonden beroepen; tuinen, erven en verhardingen; horeca tot en met categorie 2, uitsluitend ter plaatse van het besluitsubvlak 'horeca tot en met categorie 2 (h≤2)'; horeca tot en met categorie 3, uitsluitend ter plaatse van het besluitsubvlak 'horeca tot en met categorie 3 (h≤3)'; detailhandel, praktijk- en kantoorruimten, galeries, dienstverlenende functies alsmede maatschappelijke doeleinden in de onderbouw, de begane grond en de verdieping, uitsluitend ter plaatse van het besluitsubvlak 'specifieke vorm van gemengd - multifunctioneel 1 (sgd-mf1)'; kantoren, ambachtelijke bedrijven en dienstverlenende functies op de begane grond, uitsluitend ter plaatse van het besluitsubvlak 'specifieke vorm van gemengd - multifunctioneel 2 (sgd-mf2)'; woon- / werkwoningen, uitsluitend ter plaatse van het besluitsubvlak 'specifieke vorm van wonen - woon- / werkwoningen toegestaan (sw-wwt)'; een fysiotherapiepraktijk, uitsluitend ter plaatse van het besluitsubvlak 'specifieke vorm van maatschappelijk - fysiotherapie (sm-ft)'; een sportcentrum, uitsluitend ter plaatse van het besluitsubvlak 'sportcentrum (spc)'; een onderdoorgang, ter plaatse van het besluitsubvlak 'onderdoorgang [ond]'; groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; additionele voorzieningen. 13.2 Bouwregels 13.2.1 Hoofdgebouwen bij grondgebonden woningen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: het bestaande hoofdgebouw mag niet worden uitgebreid, met uitzondering van de in artikel 13 lid 4 beschreven uitbreidingsmogelijkheden; nieuwbouw is niet toegestaan, behoudens herbouw, waarbij het bestaande aantal woningen niet mag toenemen; in afwijking van het bepaalde onder b. mag een woning aan de naar de weg gekeerde zijde worden uitgebreid met een erker, balkon of luifel, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: de overschrijding mag niet meer bedragen dan 1,50 meter; de afstand tot de openbare weg mag niet minder bedragen dan 2 meter; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het bijbehorende hoofdgebouw; .de breedte van een erker mag niet meer bedragen dan 50% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw; het aantal bouwlagen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van het besluitsubvlak 'maximum aantal bouwlagen' is aangegeven; het doorbreken van panden is niet toegestaan. 13.2.2 Hoofdgebouwen bij gestapelde woningen Voor het bouwen van hoofdgebouwen bij gestapelde woningen gelden de volgende bepalingen: gebouwen mogen uitsluitend binnen het aangeduide bouwvlak worden gebouwd; nieuwbouw is niet toegestaan, behoudens herbouw, waarbij het bestaande aantal woningen niet mag toenemen; het aantal bouwlagen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van het besluitsubvlak 'maximum aantal bouwlagen' is aangegeven; het doorbreken van panden is niet toegestaan. 13.2.3 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij grondgebonden woningen Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij grondgebonden woningen gelden de volgende algemene bepalingen: aan- en uitbouwen en bijgebouwen dienen op een afstand van tenminste 3 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw te worden gebouwd; bij hoekwoningen mogen geen aan- en uitbouwen en bijgebouwen worden gebouwd vóór het verlengde van de voorgevelrooilijn van de om de hoek gelegen hoofdgebouwen; de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen, voor zover gesitueerd buiten het bouwvlak mag niet meer bedragen dan 80 m2; de gronden gelegen achter de achtergevelrooilijn van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan mogen voor maximaal 50% worden bebouwd; de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,50 meter; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6 meter. 13.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen worden gebouwd binnen het besluitvlak, met dien verstande dat carports/overkappingen uitsluitend achter de voorgevellijn mogen worden gebouwd. Met betrekking tot overkappingen gelden de volgende bepalingen: de bebouwde oppervlakte aan overkappingen mag niet meer bedragen dan 30 m2; de bouwhoogte van een overkapping mag niet meer bedragen dan 3,5 meter; de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte voor erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel niet meer mag bedragen dan 1 meter; overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen uitsluitend worden geplaatst op gronden binnen het gebied vanaf 3 meter vanaf de aan de weg gelegen perceelgrens tot aan de achterperceelgrens; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 8 meter. 13.2.5 Additionele voorzieningen Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van additionele voorzieningen gelden de volgende bepalingen: deze mogen zowel binnen het gehele besluitvlak worden gebouwd; de bouwhoogte van een gebouw ten behoeve van additionele voorzieningen mag niet meer bedragen dan 3,5 meter; de oppervlakte van een gebouw ten behoeve van additionele voorzieningen mag niet meer bedragen dan 15 m2. 13.2.6 Onderdoorgangen Ter plaatse van het besluitsubvlak 'onderdoorgang [ond]' dienen de gronden te worden ingericht als onderdoorgang, waarbij de vrije hoogte niet minder dan 2,5 meter mag bedragen. 13.3 Nadere eisen Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen ten behoeve van: het voorkomen van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van de aangrenzende gronden en bouwwerken; de situering, de oppervlakte en de bouwhoogte van bebouwing en de aard, hoogte en situering van erfafscheidingen; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de brandveiligheid en rampenbestrijding. 13.4 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: artikel 13 lid 2.1 sub a. voor de uitbreiding van een hoofdgebouw aan de achtergevel, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: het aantal bouwlagen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van het besluitsubvlak 'maximum aantal bouwlagen' is aangegeven; als gevolg van de uitbreiding mag de afstand tussen voor- en achtergevel van het hoofdgebouw niet meer dan 15 meter bedragen. Hoofdgebouwen waarvan de afstand tussen voor - en achtergevel reeds in de bestaande situatie 15 meter of meer bedraagt mogen niet worden uitgebreid; de uitbreiding mag niet leiden tot onevenredig nadelige gevolgen voor het woonmilieu; aan het stedenbouwkundig beeld en aan de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse mag geen afbreuk worden gedaan. artikel 13 lid 2.1 sub a. voor de uitbreiding van een hoofdgebouw in de hoogte c.q. het realiseren van een andere dakvorm, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: het aantal bouwlagen mag niet meer bedragen dat ter plaatse van het besluitsubvlak 'maximum aantal bouwlagen' is aangegeven; de uitbreiding mag niet leiden tot onevenredig nadelige gevolgen voor het woonmilieu; aan het stedenbouwkundig beeld en aan de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse mag geen afbreuk worden gedaan. artikel 13 lid 2.1 sub a. voor de uitbreiding van een hoofdgebouw voor de naar de weg gekeerde zijde met een erker, balkon of luifel, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: de overschrijding van de voorgevellijn mag niet meer bedragen dan 1,5 meter; de afstand tot de openbare weg mag na uitbreiding niet minder bedragen dan 2 meter; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het bijbehorend hoofdgebouw; de breedte van een erker mag niet meer bedragen dan 50% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw; aan het stedenbouwkundig beeld en aan de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse mag geen afbreuk worden gedaan; de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad. artikel 13 lid 2.3 sub b. om aan- en uitbouwen en bijgebouwen maximaal gelijk met de voorgevel c.q. de in het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw gelegen denkbeeldige lijn en/of - voor zover het betreft hoekgebouwen - de naar de straat gerichte zijgevel c.q. de in het verlengde van de naar de straat gerichte zijgevel van het hoofdgebouw gelegen denkbeeldige lijn te situeren, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: er wordt geen afbreuk gedaan aan de verkeersveiligheid; de uitbreiding mag niet leiden tot onevenredig nadelige gevolgen voor het woonmilieu; aan het stedenbouwkundig beeld en aan de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse mag geen afbreuk worden gedaan; de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad. artikel 13 lid 2.3 sub b. om aan -en uitbouwen en bijgebouwen voor het verlengde van de voorgevellijn van de om de hoek gelegen hoofdgebouwen te realiseren, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: er wordt geen afbreuk gedaan aan de verkeersveiligheid; de uitbreiding mag niet leiden tot onevenredig nadelige gevolgen voor het woonmilieu; aan het stedenbouwkundig beeld en aan de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse mag geen afbreuk worden gedaan; de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad. artikel 13 lid 2.4 sub a. ten behoeve van het toestaan van carports/overkappingen over een oppervlakte groter dan 30 m², met dien verstande dat: niet meer dan 50% van het onbebouwde deel van het perceel achter de voorgevellijn mag worden bebouwd; de bouwhoogte van een carport/overkapping niet meer mag bedragen dan 3,5 meter. artikel 13 lid 2.4 sub b. ten behoeve van het bouwen van erf- en terreinafscheidingen hoger dan 1 respectievelijk 2 meter, mits voldaan worden aan de volgende voorwaarden: er wordt geen afbreuk gedaan aan de verkeersveiligheid; de uitbreiding mag niet leiden tot onevenredig nadelige gevolgen voor het woonmilieu; aan het stedenbouwkundig beeld en aan de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse mag geen afbreuk worden gedaan; de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad. 13.5 Specifieke gebruiksregels 13.5.1 Woon-/werkwoningen De ter plaatse van het besluitsubvlak 'specifieke vorm van wonen - woon- / werkwoningen toegestaan (sw-wwt)' mogen, naast het wonen, zowel op de begane grond als op de verdiepingen kantoren, praktijken en zorg- c.q. dienstverlenende functies worden uitgeoefend, waarbij deze functies niet door de bewoner hoeven te worden uitgeoefend. 13.5.2 Horeca tot en met categorie 3 Ter plaatse van het besluitsubvlak 'horeca tot en met categorie 3 (h≤3)' mag tot maximaal 40% van de oppervlakte van de begane grond en onderbouw samen, en voor zover gelegen aan de zuidzijde van het gebouw en de aangrenzende buitenruimte, horeca tot en met categorie 3 worden uitgeoefend. 13.5.3 Aan-huis-verbonden beroep Binnen het besluitvlak 'Wonen' is de uitoefening van aan-huis-verbonden beroepen toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: de woonfunctie dient als hoofdfunctie te blijven bestaan; het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; detailhandel is niet toegestaan; de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner. 13.5.4 Consumentverzorgende ambachtelijke bedrijvigheid Consumentverzorgende ambachtelijke activiteiten zijn niet toegestaan, met uitzondering van die consumentverzorgende ambachtelijke activiteiten die reeds aanwezig waren ten tijde van de vastlegging van dit plan. 13.5.5 Guesthouse Binnen het besluitvlak 'Wonen' is een guesthouse toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: per woning mogen maximaal twee kamers gebruikt worden als guesthouse; het gebruik leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen; het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. 13.5.6 Parkeren Parkeren voor de voorgevel, voor zover er niet geparkeerd wordt voor een garage of carport, is niet toegestaan. 13.5.7 Hospes/hospita Wooneenheden in een woning zijn toegestaan indien: de eigenaar van de woning ter plaatse het hoofdverblijf heeft en voor minimaal 50% economisch en juridisch eigenaar van deze woning is; de wooneenheden ieder afzonderlijk een gebruiksoppervlakte hebben van minimaal 5 m²; niet meer dan twee wooneenheden in een woning gerealiseerd worden; de woning beschikt over een, al dan niet inpandige, voorzieningen om fietsen te stallen op het eigen terrein, waarbij: per wooneenheid een gebruiksoppervlakte van 1,5 m² aan stallingsruimte aanwezig is; een inpandige stalling voor fietsen niet hoger is gelegen dan de begane grondvloer; een inpandige stalling voor fietsen is gelegen in een afzonderlijke ruimte. 13.5.8 Woningsplitsing/woningomzetting Woningsplitsing en/of woningomzetting zijn niet toegestaan. 13.6 Afwijken van de gebruiksregels 13.6.1 Consumentverzorgende ambachtelijke bedrijfsactiviteiten Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 13 lid 5.2 voor het toestaan van consumentverzorgende ambachtelijke bedrijfsactiviteiten, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 30% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de bebouwing tot een maximum van 75 m2; het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; detailhandel is uitsluitend toegestaan indien het ondergeschikt is aan en in direct verband staat met de toegelaten functie; de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner; de activiteit dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn in de woonomgeving. 13.6.2 Parkeren voor de voorgevel Burgemeester en Wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 13 lid 5.5 voor het toestaan dat voor de voorgevel geparkeerd wordt mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. parkeren voor de voorgevel leidt niet tot stedenbouwkundige bezwaren; b. het parkeren kan niet anders gerealiseerd worden. 13.6.3 Woningsplitsing Burgemeester en Wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 13 lid 5.8 voor het afwijken van het verbod tot woningsplitsing indien: de te splitsen woning in een minimale gebruiksoppervlakte van 110 m² heeft, daarbij meegerekend de gebruiksoppervlakte van de aan de woning verbonden en via de woning bereikbare garages en bergingen; de nieuwe woningen afzonderlijk een gebruiksoppervlakte hebben van minimaal 18 m²; de nieuwe woningen bedoeld voor bewoning door één student ieder afzonderlijk een gebruiksoppervlakte hebben van minimaal 15 m²; voor de nieuwe woningen wordt voldaan aan de parkeernormen; per nieuwe woning wordt voldaan aan het gemeentelijk woonbeleid; de nieuwe woningen beschikken over een, al dan niet inpandige, voorziening om fietsen te stallen op het eigen terrein, waarbij: per wooneenheid een gebruiksoppervlakte van 1,5 m² aan stallingsruimte aanwezig is; een inpandige stalling voor fietsen niet hoger is gelegen dan de begane grondvloer; een inpandige stalling voor fietsen is gelegen in een afzonderlijke ruimte. de nieuwe woningen beschikken over een inpandige berging van minimaal 0,5 m² gebruiksoppervlakte per woning voor het opslaan van huishoudelijk afval, waarbij: de inpandige berging is gelegen in een afzonderlijke ruimte; de inpandige berging onderdeel mag uitmaken van de inpandige stalling van fietsen; de berging ook op eigen terrein in de buitenlucht aanwezig mag zijn, mits dit een niet naar de openbare weg gekeerde zijde van het terrein is. 13.6.4 Woningomzetting Burgemeester en Wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 13 lid 5.8 voor het afwijken van het verbod tot woningomzetting indien: de om te zetten woning een minimale gebruiksoppervlakte van 110 m² heeft, daarbij meegerekend de gebruiksoppervlakte van de aan de woning verbonden en via de woning bereikbare garages en bergingen; de wooneenheden (voor kamerverhuur) ieder afzonderlijk een gebruiksoppervlakte hebben van minimaal 5 m²; voor kamerverhuur wordt voldaan aan de gemeentelijke parkeernormen; voor de nieuw te realiseren kamerverhuur wordt voldaan aan het gemeentelijk woonbeleid; de nieuw te realiseren kamerverhuur beschikt over een, al dan niet inpandige, voorziening om fietsen te stallen op het eigen terrein, waarbij: per wooneenheid een gebruiksoppervlakte van 1,5 m² aan stallingsruimte aanwezig is; een inpandige stalling voor fietsen niet hoger is gelegen dan de begane grondvloer; een inpandige stalling voor fietsen is gelegen in een afzonderlijke ruimte. de nieuw te realiseren kamerverhuur beschikt over een inpandige berging van minimaal 0,5 m² gebruiksoppervlakte per woning voor het opslaan van huishoudelijk afval, waarbij: de inpandige berging is gelegen in een afzonderlijke ruimte; de inpandige berging onderdeel mag uitmaken van de inpandige stalling van fietsen; de berging ook op eigen terrein in de buitenlucht aanwezig mag zijn, mits dit een niet naar de openbare weg gekeerde zijde van het terrein is.

Rechtspraak bij dit artikel