Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 9

Maatschappelijk

Onderdeel van Beheersverordening Ceramique 2016

9.1 Besluitvlakomschrijving De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: maatschappelijke voorzieningen; horeca tot en met categorie 2, uitsluitend ter plaatse van het besluitsubvlak 'horeca tot en met categorie 2 (h≤2)'; horeca tot en met categorie 3, uitsluitend ter plaatse van het besluitsubvlak 'horeca tot en met categorie 3 (h≤3)'; een onderdoorgang, ter plaatse van het besluitsubvlak 'onderdoorgang [ond]'; de bescherming van de op deze gronden aanwezige Rijksmonumenten, ter plaatse van het besluitsubvlak 'specifieke bouwaanduiding - rijksmonument [sba-rm]'; groenvoorzieningen; terrassen, conform de uitgangspunten van het terrassenbeleid; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; voorzieningen voor langzaam verkeer; parkeergarage, uitsluitend ter plaatse van het besluitsubvlak 'parkeergarage'; additionele voorzieningen. 9.2 Bouwregels 9.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: gebouwen mogen alleen worden gebouwd binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van het besluitsubvlak 'maximum bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)' is aangegeven; het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan ter plaatse van het besluitsubvlak 'maximum bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)' is aangegeven. 9.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: deze mogen in het gehele besluitvlak worden gebouwd; de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 8 meter. 9.2.3 Additionele voorzieningen Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van additionele voorzieningen gelden de volgende bepalingen: deze mogen binnen het gehele besluitvlak worden gebouwd; de bouwhoogte van een gebouw ten behoeve van additionele voorzieningen mag niet meer bedragen dan 3,5 meter; de oppervlakte van een gebouw ten behoeve van additionele voorzieningen mag niet meer bedragen dan 15 m². 9.2.4 Onderdoorgangen Ter plaatse van het besluitsubvlak 'onderdoorgang [ond]' dienen de gronden te worden ingericht als onderdoorgang, waarbij de vrije hoogte niet minder dan 2,5 meter mag bedragen. 9.3 Nadere eisen Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen ten behoeve van: het voorkomen van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van de aangrenzende gronden en bouwwerken; de situering, de oppervlakte en de bouwhoogte van bebouwing en de aard, hoogte en situering van erfafscheidingen; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de brandveiligheid en rampenbestrijding.

Rechtspraak bij dit artikel