Naar hoofdinhoud
Subsidies worden alleen verstrekt aan organisaties zonder winstoogmerk, waarvan de te subsidiëren activiteiten zijn gericht op de inwoners van de gemeente. De hoogte van de subsidie kan dan worden afgestemd op het (verwachte) aantal deelnemers uit de gemeente Hoogeveen, de omvang van de doelgroep in de gemeente Hoogeveen of het aantal ingezetenen van de gemeente Hoogeveen. Om voor subsidie in aanmerking te komen moet aantoonbaar minimaal 80 % van de leden, dan wel van de deelnemers aan de activiteiten, woonachtig zijn in de gemeente Hoogeveen. Bij de verdeling van voor verstrekking beschikbare gelden over door organisaties georganiseerde activiteiten wordt uitgegaan van: de feitelijke of te verwachten mate waarin een activiteit een bijdrage levert aan het realiseren van de gemeentelijke doelen zoals verwoord in de van toepassing zijnde subsidiebeleidsregels; de totale kosten van de activiteit en de hoogte van de gevraagde financiële bijdrage van de gemeente in verhouding tot de in onderdeel 3a genoemde bijdrage; doelmatigheid en doeltreffendheid van de activiteit met als uitgangspunt: sober maar doelmatig; de jaarlijks door het college vastgestelde subsidieplafonds. In aanmerking voor subsidie komen uitsluitend door organisaties georganiseerde activiteiten die zijn gericht op de in deze subsidiebeleidsregels genoemde doelgroepen en die toegankelijk zijn voor alle leden van de betreffende doelgroep. De activiteiten moeten voldoen aan de volgende voorwaarden: de activiteit heeft geen partijpolitieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke vorming en/of verspreiding van het gedachtegoed tot doel; de activiteit staat open zonder onderscheid naar afkomst, godsdienst, levensovertuiging, sekse, seksuele geaardheid en politieke gezindheid; de activiteit is niet in strijd is met de wet, algemeen belang of openbare orde; met de activiteit wordt geen commercieel doel nagestreefd; Op een aanvraag tot subsidieverlening kan negatief worden beschikt indien een andere financieringsbron naar oordeel van het college meer voor de hand ligt. Andere financieringsbronnen zijn onder meer: deelnemersbijdragen; andere (overheids)organisaties; de organisatie zelf; de hoogte van het eigen vermogen van de organisatie. Subsidiemiddelen mogen niet worden ingezet voor het dekken van de volgende kosten: consumpties van de deelnemers; attenties; abonnementen en afdrachten aan koepelorganisaties; reiskosten van deelnemers aan bijeenkomsten; entrees; het verwerven van sponsorgelden en andere bronnen van inkomsten. Wanneer de subsidieaanvragen het subsidieplafond te boven gaan en de aanvragen op basis van lid 3 onderdelen a tot en met c, gelijkwaardig zijn (gelijk scoren) zal het college de te verlenen subsidies, naar evenredigheid verlagen met het aantal activiteiten als grondslag. Het college maakt tijdig, te weten voor het begin van het boekjaar waarop de subsidieaanvragen betrekking hebben, bekend, op welke wijze de subsidie wordt verdeeld ingeval van overschrijding van het subsidieplafond.

Rechtspraak bij dit artikel