Naar hoofdinhoud
1.. De directeur, of diens waarnemer, is gemandateerd om de retributie voor het in behandeling nemen van een aanvraag als bedoeld in artikel 6.2, vierde lid, aanhef en onder b, van de Wet natuurbescherming op grond van artikel 3, eerste lid, van de Legesverordening, in samenhang met Hoofdstuk 2, artikel 5 van de bijbehorende legestabel te heffen en in een voorkomend geval een heffing in te trekken en reeds betaalde retributie te restitueren op grond van artikel 6a van de Legesverordening voor zover: Gedeputeerde Staten aan de directeur mandaat hebben verleend tot het beslissen op de desbetreffende aanvraag; voor het in behandeling nemen van de aanvraag leges verschuldigd zijn op grond van de Legesverordening provincie Groningen 1993. 2.. Het mandaat, bedoeld in het eerste lid, ziet tevens op de ondertekening van besluiten. 3.. Het mandaat, bedoeld in het eerste lid, ziet niet op de bevoegdheid tot het beslissen op bezwaarschriften als bedoeld in artikel 6:4 van de Algemene wet bestuursrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel