Het is verboden zonder vergunning van bevoegd bestuursorgaan een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan.
Onverminderd het gestelde in artikel 1:8 kan een vergunning worden geweigerd:
indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare plaats, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats;
indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak.
Het bevoegd bestuursorgaan kan categorieën van voorwerpen aanwijzen waarvoor het verbod in het eerste lid niet geldt.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor:
evenementen als bedoeld in artikel 2:15;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:15;
spandoeken boven de weg, voor zover de plaatsing wordt gedaan in overleg met de gemeente;
A0-reclame, voor zover deze worden geplaatst door de vanwege gemeente gegunde derde.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet, of het Provinciaal wegenreglement.
Hoofdstuk › Afdeling
Artikel 2:4
Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke functie ervan
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2010