Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 9

Maatschappelijk

Onderdeel van Beheersverordening Kloosterhaar.

9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke voorzieningen, sportvoorzieningen, recreatieve voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van de voorzieningen; wonen ten behoeve van de maatschappelijke functie, met dien verstande dat het aantal woningen ten behoeve van de maatschappelijke functie per bouwperceel niet meer mag bedragen dan het bestaande aantal; en tevens voor: verkeers- en verblijfsvoorzieningen; parkeervoorzieningen; openbare nutsvoorzieningen; groenvoorzieningen; speelvoorzieningen; water. 9.2 Bouwregels Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: de gebouwen en overkappingen mogen de rooilijn niet overschrijden; de afstand van een hoofdgebouw tot de bouwperceelgrens bedraagt ten minste 3 m, dan wel niet minder dan de afstand van het bestaande hoofdgebouw tot die perceelgrens voor zover deze minder bedraagt; de goot- en bouwhoogte van gebouwen en overkappingen bedraagt niet meer dan 115% van de bestaande goot- en bouwhoogte van het bestaande hoofdgebouw op het bouwperceel; het bebouwingspercentage bedraagt niet meer dan 50% van het bouwperceel, dan wel ten hoogste het bestaande percentage indien dat meer bedraagt. Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen voor openbare nutsvoorzieningen en verkeers- en verblijfsvoorzieningen gelden de volgende regels: de inhoud bedraagt per gebouwtje niet meer dan 30 m³, dan wel niet meer dan de bestaande inhoud indien deze meer bedraagt; de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 3 m, dan wel niet meer dan de bestaande bouwhoogte indien deze meer bedraagt. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: er zijn uitsluitend vergunningsvrije erf- en perceelafscheidingen toegestaan overeenkomstig artikel 2 van bijlage 2 van het Besluit omgevingsrecht (zoals dat geldt op het moment van vaststelling van deze beheersverordening), met dien verstande dat de bestaande hoogte van erf- en perceelafscheidingen eveneens zijn toegestaan; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt niet meer dan 5 m, dan wel de bestaande bouwhoogte, indien deze meer bedraagt. 9.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de parkeervoorzieningen; bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: lid 9.2, sub a, onder 2: met dien verstande dat de afstand tot de perceelgrens ten minste 1 m dient te bedragen; lid 9.2, sub a, onder 3: voor het verhogen van de toegestane goot- en/of bouwhoogte met maximaal 15%; lid 9.2, sub a, onder 4: voor het verhogen van het bebouwingspercentage, met dien verstande dat het bepaalde in lid 16.4 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden in acht dient te worden genomen; lid 9.2, sub c: tot een bouwhoogte van 3 m voor erf- en terreinafscheidingen en 15 m voor overige bouwwerken. 9.4 Specifieke gebruiksregels Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: opslag voor de voorgevel van gebouwen.

Rechtspraak bij dit artikel