Het college trekt een vergunning voor een vaste standplaats in:
op schriftelijke aanvraag van de vergunninghouder;
binnen twee maanden na diens overlijden of ondercuratelestelling, tenzij een aanvraag tot overschrijving is ingediend overeenkomstig artikel 11.
Het college kan een vergunning voor een vaste standplaats voor bepaalde of onbepaalde tijd intrekken:
als de vergunninghouder ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt;
als de vergunninghouder of degene die hem vervangt, of een persoon die hem bijstaat zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling heeft overtreden;
als van de vergunning gedurende twee maanden geen gebruik is gemaakt;
als de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet;
bij overtreding van de vergunningsvoorschriften;
als er waren op de markt worden verkocht, die in strijd zijn met de Warenwet.
als de vergunninghouder, in verband met zijn ziekte, langer dan twee jaar aaneengesloten afwezig is geweest.
Ingeval van intrekking voor bepaalde tijd kan tevens worden bepaald dat de toegewezen standplaats vervalt.
Als de vergunninghouder of zijn overeenkomstig artikel 13 aangewezen vervanger zijn standplaats niet uiterlijk bij aanvangstijd van de markt heeft ingenomen en volledig verkoopklaar is, vervalt de vergunning voor de rest van de dag, tenzij de marktmeester op tijdig verzoek van de vergunninghouder de standplaats voor hem beschikbaar houdt.
Hoofdstuk 2
Artikel 12
Intrekking, wijziging en vervallen vergunning vaste standplaats
Onderdeel van Marktverordening gemeente Dordrecht