Naar hoofdinhoud

Artikel 13

Berekening van de fictieve draagkracht

Onderdeel van Beleidsregels bestuurlijke boete gemeente Barneveld

1.. Het college beoordeelt de financiële draagkracht van belanghebbende als onderdeel voor het bepalen van de hoogte van de bestuurlijke boete, overeenkomstig de richtlijnen van de Centrale Raad van Beroep. 2.. Uitgangspunt is dat de boete door belanghebbende met de beschikbare draagkracht binnen redelijke termijn kan worden voldaan: opzet: binnen 24 maanden; grove schuld: binnen 18 maanden; normale verwijtbaarheid: binnen 12 maanden; verminderde verwijtbaarheid: binnen 6 maanden. 3.. Als fictief beschikbare draagkracht zoals bedoeld in eerste lid wordt aangemerkt: 100% van het meerinkomen boven de 90% van de toepasselijke bijstandsnorm; een bedrag van € 45,00 op maandbasis als geen sprake is van inkomen, een inkomen dat minder bedraagt dan 90% van de toepasselijke bijstandsnorm of als sprake is van een toepasselijke kostendelersnorm. 4.. De vast te stellen boete kan niet meer bedragen dan het aantal maanden van de toepasselijke redelijke termijn als bedoeld in lid 2 vermenigvuldigd met de fictief beschikbare draagkracht als bedoeld in lid 3. 5.. Indien de belanghebbende een IOAW of IOAZ uitkering ontvangt of géén uitkering meer ontvangt, wordt de fictieve draagkracht vastgesteld op basis van de informatie die de belanghebbende dient te verstrekken op een door het college vastgesteld inlichtingenformulier. 6.. Indien de belanghebbende als bedoeld in het voorgaande artikel is gehuwd, geldt deze informatieplicht tevens voor de echtgenoot. 7.. Indien de belanghebbende respectievelijk de echtgenoot als bedoeld in lid 5 en lid 6 de inlichtingen die nodig zijn voor de vaststelling van de fictieve draagkracht niet of niet tijdig verstrekt, wordt bij de vaststelling van de hoogte van de boete geen rekening gehouden met de fictieve draagkracht. 8.. Eventueel aanwezig vermogen wordt buiten beschouwing gelaten bij het bepalen van de fictieve draagkracht.

Rechtspraak bij dit artikel