Naar hoofdinhoud
De provincie Groningen is een aanbestedende dienst en is daarom gehouden aan Europese en nationale wetgeving 2 De teksten van de betreffende wet- en regelgeving kunnen worden teruggevonden op www.europadecentraal.nl of www.pianoo.nl. op het gebied van inkopen en aanbesteden. De relevante Europese wet- en regelgeving betreft de Europese Richtlijn 2014/24/EU van het Europese Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van de Richtlijn 2004/18/EG (hierna: de Richtlijn). Nederland heeft deze richtlijn geïmplementeerd in de gewijzigde Aanbestedingswet 2012 die op 1 juli 2016 in werking is getreden. Deze richtlijn geeft vorm aan de begrippen openbaarheid, transparantie en objectiviteit. Openbaarheid betekent dat provinciale opdrachten bekend zijn bij het gehele Europese bedrijfsleven. Transparantie wordt bereikt door het toepassen van uniforme procedures en inschrijftermijnen voor Europees aanbesteden en het bekendmaken van beoordelingscriteria. Objectiviteit ontstaat door het opstellen van niet-discriminerende beoordelingscriteria voor het selecteren van aanbieders. Het is in de praktijk niet altijd even duidelijk wat onder deze begrippen moet worden verstaan. Vaak kan aan de hand van de rechtspraak worden afgeleid wat de praktische invulling van deze begrippen is. De Richtlijn is in de Nederlandse gewijzigde Aanbestedingswet 2012 geïmplementeerd op 1 juli 2016. Deze wet is van toepassing op alle inkopen en aanbestedingen. Daarnaast hanteert de provincie voor de aanbesteding van werken het Aanbestedingsreglement Werken 2016 (ARW 2016). Niet alleen de hiervoor genoemde specifieke wetgeving is van belang voor inkopen en aanbesteden. Met het in werking treden van de Aanbestedingswet zijn ook de voorschriften uit de herziene Gids Proportionaliteit onderdeel van de wet geworden. Uiteraard zijn tevens de regels van het Burgerlijk Wetboek (o.a. precontractuele trouw, redelijkheid en billijkheid) en het bestuursrecht (Algemene wet bestuursrecht, algemene beginselen van behoorlijk bestuur, Wet openbaarheid van bestuur) van toepassing. Daarnaast is zowel de jurisprudentie van het Europese Hof van justitie als de Nederlandse rechtspraak van belang.

Rechtspraak bij dit artikel