Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1

Artikel 4.1.1

Lucht

Onderdeel van Milieuplan provincie Groningen 2017-2020

Doelen uit de Omgevingsvisie 'Wij willen een goede luchtkwaliteit in onze provincie. We zorgen ervoor dat er geen onacceptabele effecten optreden voor mens en natuur. Waar wij voor de luchtkwaliteit een bevoegdheid hebben, streven we naar een gezondheidskwaliteit (GES-score 1 Voor het onderzoek naar blootstelling hebben wij gebruik gemaakt van de Gezondheidseffectscreening Stad en Milieu, waarbij locaties met milieubelastingen worden omgezet naar zogenaamde milieugezondheidskwaliteiten uitgedrukt in GES-scores. De GES-scores variëren van 'zeer goed'(0) tot 'onvoldoende' (6) en 'zeer onvoldoende' (8).) van 4 op alle plaatsen waar een provinciale bevoegdheid mede de luchtkwaliteit bepaalt.' De meest recente Monitor van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL, 2016) geeft aan dat de luchtkwaliteit in Groningen nog steeds onveranderd gunstig afsteekt ten opzichte van de rest van het land. Er zijn momenteel voor fijnstof en voor de stikstofoxiden geen overschrijdingen van de wettelijke normen en deze worden ook voor de periode tot 2020 niet verwacht. Datzelfde geldt voor de overige stoffen waar de Wet luchtkwaliteit overeenkomstig de EU een norm voor stelt. Toch verdient luchtkwaliteit onze aandacht. Niet in de laatste plaats vanwege het vraagstuk van klimaatverandering, de stikstofdepositie en voortschrijdende inzichten rond (ultra)fijnstof zoals roetdeeltjes. De provincie heeft beperkte mogelijkheden om de luchtkwaliteit te beïnvloeden. Het vraagstuk van de luchtkwaliteit is complex. De luchtkwaliteit is overal een opeenstapeling van de bijdrage van lokale, regionale en vooral ook Nationale en internationale bronnen van luchtverontreiniging. Slechts op een klein deel van deze bronnen heeft de provincie invloed. Direct resultaat in de vorm van een betere luchtkwaliteit, anders dan een reductie van eventuele geurhinder, kan de provincie daardoor niet (snel) behalen. We richten ons daarom ook op de voor ons bereikbare doelgroepen zoals hieronder is aangegeven. De provincie voert diverse taken uit die voortkomen uit Europese en nationale kaders. De provinciale aandacht voor luchtkwaliteit komt vooral tot uitdrukking in de taken van: Vergunningverlening, toezicht en handhaving voor die industrie/bedrijven waar de provincie het bevoegde gezag voor is; regionaal mobiliteitsbeleid, plus de aanleg en onderhoud van de provinciale wegen. Bekende voorbeelden van stoffen die bijdragen aan een slechtere luchtkwaliteit zijn: fijnstof: afkomstig van verkeer en zeer schadelijk voor de volksgezondheid; koolstofdioxide en stikstofoxiden: vrijkomend uit fossiele brandstoffen en koolstofdiode is negatief voor de opwarming van de aarde; ammoniak: afkomstig uit de landbouw en belangrijke component van de stikstofdepositie. EU-beleid en -regelgeving kennen normen, grenswaarden of richtwaarden, voor luchtverontreinigende stoffen. Feitelijk zijn er meer dan honderd stoffen, die schadelijk zijn voor het milieu. Van deze zogenaamde prioritaire stoffen, heeft ons nationale beleid bijzondere aandacht voor de groep van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) bijvoorbeeld benzeen, lood, kwik, dioxine en pcb's. In vergunningverlening, toezicht en handhaving hanteren wij een minimalisatie plicht voor deze groep van stoffen. Het Rijk is op het vlak van luchtkwaliteit een belangrijke partij voor de provincie vanwege de nationale wet- en regelgeving en de rol die het Rijk speelt in de informatievoorziening. We werken ook samen met gemeenten omdat zij verantwoordelijk zijn voor de lokale luchtkwaliteit. Gegevens van gemeenten nemen we over op onze gezondheidskaarten. Op het snijvlak van natuur en milieu speelt de toenemende aandacht voor de stikstof-depositie als gevolg van de NOx- en ammoniak- uitstoot. Natuurwetgeving vraagt om toetsing van plannen en vergunningen aan een Europese norm voor stikstof-depositie. In Nederland is deze vertaald in een programma aanpak stikstof (PAS). De maximale norm van de PAS blijkt snel te worden benaderd. De PAS houdt rekening met een aantal factoren zoals de veehouderij met hun uitstoot, de autonome ontwikkelingen in het wegverkeer en zogenaamde prioritaire projecten. Prioritaire projecten zijn projecten die aantoonbaar van nationaal of provinciaal maatschappelijk belang zijn en waarvoor ontwikkelingsruimte is gereserveerd in de PAS. In de PAS is voor Groningen een lijst van prioritaire bedrijven opgenomen met hun NOx uitstoot. De provincie is bezig om de industriegebieden Eemshaven en Oosterhorn ook op deze lijst te krijgen waardoor de uitbreiding van industrie in deze gebieden is gezekerd. De natuurvisie van de provincie Groningen gaat hier nader op in.

Rechtspraak bij dit artikel