Er hoeft geen taaltoets te worden afgenomen wanneer:
vastgesteld wordt dat elke vorm van verwijtbaarheid, als bedoeld in artikel 12 van deze beleidsregel, ontbreekt;
een belanghebbende die korter dan vijf jaar in Nederland woont, zelf verklaart het referentieniveau 1F niet te beheersen en zich bereid verklaard zich in te spannen om de Nederlandse taal te gaan verwerven;
belanghebbende reeds is gestart met een taaltraject op grond van de Wet inburgering en hij voldoet hiermee aan zijn inspanningsverplichting;
belanghebbende reeds is gestart met een taaltraject op grond van de Wet educatie en beroepsonderwijs en hij hiermee voldoet aan zijn inspanningsverplichting;
tijdens een vorige uitkeringsperiode al een toets is afgenomen en is vastgesteld dat:
belanghebbende de Nederlandse taal op referentieniveau 1F beheerst;
belanghebbende de Nederlandse taal onvoldoende beheerst, maar ook is vastgesteld dat hij, door in de persoon gelegen factoren, niet in staat is om de Nederlandse taal op referentieniveau 1F machtig te worden; of
belanghebbende de Nederlandse taal onvoldoende beheerst, en de belanghebbende zijn inspanningen om de Nederlandse taal te verwerven voortzet; of
belanghebbende in een andere gemeente al een toets heeft afgelegd. De toetsresultaten kunnen worden overgenomen, tenzij deze onvoldoende zekerheid bieden over de actuele taalvaardigheid;
er sprake is van kortdurende bijstand;
er sprake is van een ontheffing van de arbeidsverplichting.
Hoofdstuk 2
Artikel 5
Geen taaltoets
Onderdeel van Beleidsregel Wet taaleis Participatiewet gemeente Kampen