Het voornemen van burgemeester en wethouders om een graf te ruimen wordt gedurende tenminste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden op een bij het te ruimen graf te plaatsen bordje ter kennis van de belanghebbenden gebracht, tenzij het adres van de rechthebbende op het graf aan hen bekend is. In dat geval stellen zij hem uiterlijk een jaar voorafgaande aan het bedoelde tijdstip per brief van hun voornemen in kennis.
De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van lijken en andere overblijfselen worden begraven in een daartoe bestemd gedeelte van de begraafplaats.
Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn de beheerder schriftelijk verzoeken bij ruiming de overblijfselen, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor herbegraving elders.Nabestaanden van een overledene waarvan de asbus, al of niet met urn, is bijgezet in een algemeen graf kunnen de beheerder vragen om deze ter beschikking te houden voor herbegraving of verstrooiing elders.
De rechthebbende op een eigen graf kan de beheerder schriftelijk verzoeken om de overblijfselen te doen verzamelen om deze weder in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze elders opnieuw te doen begraven en, indien hij dit wenst, in zijn tegenwoordigheid.Wanneer het hier gaat om een bijgezette asbus, al of niet met urn, kan de rechthebbende de beheerder vragen deze ter beschikking te houden om elders bij te zetten of te doen verstrooien.
Hoofdstuk
Artikel 24
Ruiming, bezorging van overblijfselen en as
Onderdeel van Beheersverordening Gemeentelijke Begraafplaats Oud Leusden 1992