Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 11

Spreekrecht

Onderdeel van Reglement van orde voor de inspraakbijeenkomsten van de raad

1.. In een lokaal huis-aan-huis blad wordt een lijst met raadsvoorstellen, raadsmededelingen, initiatiefvoorstellen en eigenstandige moties gepubliceerd, waar inspraak op mogelijk is. In de publicatie is aangegeven wanneer een inspreker zich moet hebben aangemeld. Bij de aanmelding vermeldt hij zijn naam, adres en telefoonnummer, e-mailadres en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren. 2.. Insprekers kunnen gezamenlijk maximaal 30 minuten het woord voeren per bespreekstuk dat voor de vergadering geagendeerd staat. 3.. De voorzitter geeft het woord per bespreekstuk op volgorde van aanmelding. 4.. Elke spreker krijgt maximaal 5 minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan 6 sprekers zijn over een onderwerp. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 5.. De voorzitter kan besluiten eerst alle insprekers het woord te laten voeren over één onderwerp en daarna (burger)raadsleden de gelegenheid te geven vragen te stellen aan de insprekers. 6.. Het woord kan niet gevoerd worden over: een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; benoemingen, keuzes, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene Wet Bestuursrecht kan of kon worden ingediend; een raadsmededeling waarin wordt aangekondigd dat een (voor)ontwerp bestemmingsplan in procedure gaat. 7.. Van een indiener van een burgerinitiatiefvoorstel of zijn plaatsvervanger wordt verwacht dat hij het voorstel inleidt en antwoord geeft op vragen van de raadsleden die het voorliggende initiatief betreffen. 8.. Na overleg met het presidium kan de voorzitter besluiten om het inspreekrecht op een alternatieve manier vorm te geven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel