Verblijfsontzeggingen worden opgelegd bij elke constatering:
van overtreding van artikel 2:1G APV (het aanbieden van taxidiensten) in het Taxigebied,
van overtreding van artikel 2:1C APV (hinderlijk gedrag) in het Taxigebied,
van overtreding van artikel 2:1D, lid 8 terzake van een verblijfsontzegging, die is opgelegd in verband met een van de hierboven onder a en b genoemde overtredingen in het Taxigebied.