De instelling verleent aan het college of aan door hem aangewezen personen inzage in de administratie en verstrekt de inlichtingen welke voor de beoordeling van de doelmatigheid en de rechtmatigheid van de besteding van de subsidie van belang kunnen zijn.
De instelling volgt de aanwijzingen op welke haar in het belang van een doelmatig beheer en goede administratie door of namens het college worden gegeven.