Er zijn drie horecacategorieën.
Categorie 1: Bedrijven waar de horeca ondergeschikt is aan de hoofdactiviteit van een bedrijf. Het kan hier gaan om horeca die ondergeschikt is aan een bedrijf, maar ook horeca die ondergeschikt is aan een paracommerciële instelling. Enkele voorbeelden zijn: bioscoop – fitnessclub – sportvereniging – schouwburg – museum – sportkantine – grootwinkelbedrijf – jongerenvoorziening.
Categorie 2: Zelfstandige horecabedrijven, hoofdzakelijk gericht op het verstrekken van alcoholhoudende dranken, maaltijden en het bieden van gelegenheid om te luisteren naar (mechanische) muziek. Enkele voorbeelden zijn: bar – café – restaurant en andere naar aard en invloed op de omgeving hiermee gelijk te stellen horecabedrijven.
Categorie 3: Zelfstandige, grootschalige horecabedrijven (1.000 m² bruto vloeroppervlakte of meer), hoofdzakelijk gericht op het verstrekken van alcoholhoudende dranken in combinatie met het geven van gelegenheid tot het luisteren naar (live) muziek, het kunnen dansen en/of het bieden van ander vermaak. Voorbeelden: partycentrum – discotheek – pool- en snookercentrum – zalenverhuur – uitgaanscentrum en andere naar aard en invloed op de omgeving hiermee gelijk te stellen horecabedrijven.