1. De particuliere graven worden onderverdeeld in:
a. graven uitgegeven voor de tijd van 10, 20 of 30 jaren, bestemd voor het begraven van ten hoogste 2 overledenen; het plaatsen van 2 asbussen met of zonder urnen of het verstrooien van de as van 2 overledenen;
b. kindergraven uitgegeven voor de tijd van 10, 20 of 30 jaren, bestemd voor het begraven van ten hoogste 2 overledenen; het plaatsen van 2 asbussen met of zonder urnen of het verstrooien van de as van 2 overledenen;
c. keuze graven uitgegeven voor de tijd van 10, 20 of 30 jaren, bestemd voor het begraven van ten hoogste 2 overledenen; het plaatsen van 2 asbussen met of zonder urnen of het verstrooien van de as van 2 overledenen;
d. galerij graven uitgegeven voor de tijd van 10, 20 of 30 jaren, bestemd voor het begraven van ten hoogste 1 overledene en/of het plaatsen van 2 asbussen met of zonder urnen.
Artikel 3.