Naar hoofdinhoud
1.. Het aantal reserves en voorzieningen blijft beperkt tot het hoogst noodzakelijke. 2.. Nieuwe reserves en voorzieningen worden ingesteld bij besluit van de gemeente-raad. 3.. Toevoeging en aanwending van reserves gebeurt bij een voorafgaand besluit van de gemeenteraad. 4.. Toevoeging en aanwendingen van voorzieningen kan gebeuren bij een besluit ach-teraf genomen door de gemeenteraad. 5.. Reserves zijn niet rentedragend, tenzij het dekkingsreserves van kapitaallasten betreffen, dan wordt het rentepercentage van de kapitaallasten toegevoegd. 6.. Aan een voorziening wordt geen rente toegevoegd. 7.. De minimale hoogte van de algemene reserve wordt als volgt bepaald: Minimale streefwaarde: 20% van de omzet. Absoluut minimum: 15% van de omzet. Indien de uitkomst van de risico inventarisatie (incidentele risico’s) vermenigvul-digd met de ratio 2,0 hoger uitkomt dan de waarde genoemd onder artikel 7b dan geldt deze waarde als minimumhoogte van de algemene reserve. 8.. Het college biedt jaarlijks bij de Kadernota ter besluitvorming een geactualiseerde lijst van alle reserves en voorzieningen aan, waarbij per reserve en voorziening onderscheid wordt gemaakt tussen: Actualisatie beleidsmatige kaders; Actualisatie financiële doorrekening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel