**1..** Iedere deelnemer kan besluiten tot uittreding uit deze regeling. Bij het nemen van het besluit wordt artikel 1 van de wet in acht genomen.
**2..** Een college zendt het besluit tot uittreding aangetekend aan het bestuur. Daarbij wordt een opzegtermijn van 2 jaar, ingaande op 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar, in acht genomen, tenzij de colleges unaniem een andere opzegtermijn overeenkomen.
**3..** Alvorens een college tot een besluit tot uittreding komt, wordt over het voornemen daartoe eerst overleg met de andere colleges gevoerd.
**4..** In het voornemen als bedoeld in het derde lid worden de motieven gegeven op grond waarvan de deelnemer wenst uit te treden.
**5..** Het bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding, welke nadien worden vastgelegd in een door het bestuur vast te stellen uittredingsplan.
**6..** Uiterlijk zes maanden na het besluit tot uittreding stelt het bestuur het uittredingsplan vast. De daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen zijn bindend.
**7..** Nadat het uittredingsplan is vastgesteld, is de uittredende deelnemer gehouden om binnen zes maanden de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen aan de regeling te voldoen.
Hoofdstuk 7
Artikel 23
Uittreding
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Werkorganisatie Druten Wijchen