Een raadslid ontvangt voor de werkzaamheden een vergoeding als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, gelijk aan het door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgestelde maximum genoemd in tabel I van dat besluit.
Een raadslid ontvangt een onkostenvergoeding voor de aan de uitoefening van het raadslidmaatschap verbonden kosten gelijk aan het bepaalde in artikel 2, derde en vierde lid van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.
Hoofdstuk
Artikel 2