Indien de belastingplicht ten aanzien van vaartuigen, genoemd in de tabel onder de nummers 4.2, 5.1, 6, 8 en 9 in de loop van het kalenderjaar ontstaat, bedraagt het havengeld zoveel vierde gedeelten van het havengeld, genoemd in de tabel, als er nog volle kalenderkwartalen in het kalenderjaar resteren.
Indien de belastingplicht ten aanzien van vaartuigen, genoemd in de tabel onder de nummers 4.2, 5.1, 6, 8 en 9 in de loop van het kalenderjaar eindigt, wordt ontheffing verleend over zoveel vierde gedeelten van het havengeld, genoemd in de tabel, als er nog volle kalenderkwartalen in het kalenderjaar resteren.
Indien in de loop van het jaar het havengeld per keer is geheven en er wordt overgegaan tot heffing bij abonnement, dan wordt het reeds geheven havengeld niet teruggegeven of verrekend.
Indien een vaartuig wordt vervangen door een ander vaartuig, wordt voor het vervangen vaartuig over de nog niet verstreken maanden van de lopende termijn het betaalde havengeld op aanvraag van de belastingplichtige verrekend met het verschuldigde havengeld over die maanden voor het vervangende vaartuig, met dien verstande dat, indien het laatstgenoemde havengeld lager is dan het betaalde, teruggave niet plaatsvindt.
Artikel 6
Aanvang / beëindiging belastingplicht in de loop van het belastingjaar
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van havengeld 2017.