1. Indien blijkt dat het PGB niet of niet volledig wordt ingezet ten behoeve van de maatwerkvoorziening Beschermd Wonen, kan het college besluiten tot het doen van een nieuw onderzoek.
2. Het college kan eveneens besluiten tot een aanvullend onderzoek, indien op grond van de ingediende verantwoording niet kan worden vastgesteld of het PGB rechtmatig is besteed.
3. Bij ernstige twijfel over de rechtmatige besteding kan het college opdracht geven om, in afwachting van de uitkomst van het aanvullend onderzoek, de betaling van het PGB per direct stop te zetten. Mede op basis van het aanvullend onderzoek wordt de verantwoording beoordeeld.
4. Indien blijkt dat het PGB geheel of gedeeltelijk onterecht is betaald vanwege een foutieve declaratie dan kan dit, onverminderd artikel 2.4.1 Wmo 2015, op grond van onverschuldigde betaling worden teruggevorderd bij de cliënt die de declaratie heeft ingediend,.
5. Indien uit onderzoek blijkt dat de met een PGB ingekochte maatwerkvoorziening niet voldoet aan de kwaliteitscriteria, zoals bedoeld in artikel 3.1 Wmo 2015 en artikel 28 Verordening, krijgt de budgethouder 4 weken de tijd om hiervoor aanpassingen door te voeren.
6. Na deze periode van 4 weken vindt een nieuw onderzoek plaats. Indien uit dit nieuwe onderzoek blijkt dat de ingekochte maatwerkvoorziening nog steeds niet voldoet aan de kwaliteitscriteria, kan het college besluiten tot wijziging of intrekking van de desbetreffende maatwerkvoorziening.
7. De aanbieder, die het PGB uitvoert voor de cliënt, kan nooit het budget beheren van de cliënt aan wie hij de ondersteuning verleent.
Hoofdstuk 2.
Artikel 7
Verantwoording van het PGB
Onderdeel van Besluit Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang 2017 gemeente Venray