Naar hoofdinhoud
1.. Kosten voor onderzoek naar en ontwikkeling van een actief worden niet geactiveerd en direct ten laste van de exploitatie gebracht. 2.. Provinciale staten kunnen besluiten af te wijken van het in het eerste lid bepaalde bij het vaststellen van het investeringsvoorstel ingevolge artikel 4, derde en vierde lid. 3.. Kosten voor het afsluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio worden niet geactiveerd en direct ten laste dan wel ten gunste van de exploitatie gebracht. 4.. Gronden en terreinen worden te allen tijde geactiveerd. 5.. Materiële vaste activa met economisch nut en materiële vaste activa in de openbare ruimte met een meerjarig maatschappelijke nut, bedoeld in artikel 35 van het BBV, met een gebruiksduur van minder dan 5 jaar worden niet geactiveerd en direct ten laste van de exploitatie gebracht. 6.. Materiële vaste activa met economisch nut en materiële vaste activa in de openbare ruimte met een meerjarig maatschappelijke nut, bedoeld in artikel 35 van het BBV, met een verkrijgings- of vervaardigingsprijs per object van minder dan € 100.000,- worden niet geactiveerd en direct ten laste van de exploitatie gebracht. 7.. Bij activering van investeringen in materiële vaste activa met economisch nut wordt gebruik gemaakt van de componentenmethode. 8.. Bij activering van investeringen in materiële vaste activa van maatschappelijk nut wordt geen gebruik gemaakt van de componentenmethode, met uitzondering van investeringen in boordvoorzieningen. 9.. Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeld in de bijlagen bij de begroting. 10.. Afschrijving vindt plaats met ingang van het jaar na verwerving of gereedkomen van het actief. 11.. Dekking van afschrijvingslasten vindt plaats: in eerste aanleg ten laste van bestaande ramingen in de (meerjaren)begroting of de voor dat doel te vormen bestemmingsreserve Afschrijvingen; voor het restant van de afschrijvingslasten direct ten laste van de budgettaire ruimte. 12.. Aan geactiveerde investeringen wordt geen rente toegerekend, tenzij hiertoe specifiek wordt besloten bij het vaststellen van het investeringsvoorstel. 13.. Bij het verrekenen van investeringen met eigen kredieten en bijdragen van derden wordt rekening gehouden met de rentecomponent op basis van het geldende rentepercentage op het moment van de investering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel