Naar hoofdinhoud
1.. Gedeputeerde Staten dragen bij de uitoefening van de financieringsfunctie zorg voor: het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van tijdelijk overtollige gelden om de programma’s binnen de door de Provinciale Staten vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren; het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s; het zo veel mogelijk beperken van de kosten van de leningen en het bereiken van een voldoende rendement op de uitzettingen; het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. 2.. Gedeputeerde Staten nemen bij de uitvoering van de financieringsfunctie de volgende richtlijnen in acht: bij het uitzetten van tijdelijk overtollige gelden is de Wet financiering decentrale overheden en de behorende ministeriële regelingen van toepassing; het uitzetten van tijdelijk overtollige middelen bij decentrale overheden dient zo optimaal mogelijk, afhankelijk van de marktsituatie, te worden gedaan, waarbij het rendement minimaal gelijk dient te zijn aan het rendement op een Nederlandse staatsobligatie met vergelijkbare looptijd; voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan 1 jaar worden ten minste drie prijsoffertes bij verschillende financiële instellingen gevraagd; derivaten worden uitsluitend gebruikt ter beperking van financiële risico’s; bij het opereren op de financiële markten wordt zodanig gehandeld dat de toegang tot de markten niet in gevaar komt; voor de kasgeldlimiet, de renterisiconorm en het drempelbedrag gelden de wettelijke waarden; Gedeputeerde Staten informeren Provinciale Staten hierover door middel van de Financieringsparagraaf in de begroting en de rekening. Bij overschrijding van de kasgeldlimiet gedurende drie kwartalen achtereen dient de provincie haar toezichthouder hiervan op de hoogte te stellen en een plan voor te leggen om binnen de kasgeldlimiet te blijven. 3.. Verstrekken van leningen, garanties, waarborgen en het aangaan van participaties worden uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak met toepassing van het Afwegingskader publiek vermogen Groningen. Gedeputeerde Staten bedingen hierbij indien mogelijk zekerheden. Gedeputeerde Staten informeren in ieder geval vooraf Provinciale Staten en nemen pas een besluit nadat Provinciale Staten in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van Gedeputeerde Staten te brengen voor zover het betreft: het verstrekken van leningen, garanties, waarborgen en het aangaan van participaties voor bedragen groter dan € 250.000,-; bij leningen, garanties, waarborgen en participaties onder de limiet geldt de actieve informatieplicht door Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten. 4.. De verplichtingen, bedoeld in het derde lid, zijn niet van toepassing bij subsidies in de vorm van een lening, die worden verstrekt uit reeds beschikbaar gestelde beleidskredieten. 5.. Indien wordt gekozen voor een vorm van revolverend financieren zijn de door Provinciale Staten vastgestelde kaders voor nieuw op te richten revolverende fondsen van toepassing. 6.. Gedeputeerde Staten stellen regels op ter uitvoering van het gestelde onder het eerste tot en met vierde lid en leggen deze regels, alsmede de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening vast in een Financieringsstatuut. Gedeputeerde Staten zenden het Financieringsstatuut ter kennisneming aan Provinciale Staten.

Rechtspraak bij dit artikel