4.1. Eigen vervoer
Rechthebbenden ontvangen een tegemoetkoming in de gemaakte reiskosten woon-werkverkeer. Uitgangspunt is dat de hoogte van de tegemoetkoming wordt vastgesteld aan de hand van werkelijk gereisde kilometers. Vanuit praktische overwegingen wordt echter gebruik gemaakt van de door de Belastingdienst toegestane praktische regeling danwel nieuw vast te stellen opvolgers daarvan:
Als een werknemer op jaarbasis doorgaans naar één of meer vaste arbeidsplaatsen reist, kan een werkgever aan de hand van de volgende factoren een vaste vrije vergoeding van reiskosten bepalen:
a. aantal reguliere werkdagen per jaar: 260;
b. gemiddeld aantal dagen in verband met kortstondige afwezigheid (vakantie, verlof en ziekte): 46;
c. de totale reisafstand, dat wil zeggen heen en terug, bedraagt maximaal 150 kilometer per dag. (voor Oegstgeest 40)
De toegestane vrije vaste vergoeding voor reiskosten is dan op jaarbasis: (260 – 46) x factor c x € 0,19.
De toegestane vaste vrije vergoeding per maand is het bedrag op jaarbasis, gedeeld door 12.
*Doorgaans reizen naar een vaste arbeidsplaats
Een werknemer reist op jaarbasis doorgaans naar een vaste arbeidsplaats als hij de desbetreffende arbeidsplaats op jaarbasis vermoedelijk tenminste 36 weken (70% x 52 weken) zal bezoeken. Als de dienstbetrekking gaandeweg het kalenderjaar eindigt, mag worden uitgegaan van 70% van het aantal volle weken dat het dienstverband vermoedelijk duurt. Een werknemer die bijvoorbeeld in oktober (week 41) met pensioen gaat, heeft in dat jaar een dienstverband van 40 weken. Als hij in die 40 weken vermoedelijk minimaal 28 weken naar dezelfde arbeidsplaats zal reizen, reist hij op jaarbasis doorgaans naar een vaste arbeidsplaats.
Deeltijd
Voor een werknemer die in deeltijd werkt of een aantal dagen per week naar een vaste arbeidsplaats reist, kan deze praktische regeling naar evenredigheid worden toegepast. Als een werknemer in deeltijd bijvoorbeeld doorgaans drie dagen per week naar een vaste arbeidsplaats reist, dient de uitkomst van de berekening met factor 0,6 (3/5) te worden vermenigvuldigd.
Rechthebbende dient de gereisde kilometers woon-werkverkeer aantoonbaar te kunnen maken.
Tegemoetkomingen worden alleen betaalbaar gesteld aan die rechthebbenden voor wie geldt dat de reisafstand woon-werkverkeer groter is dan 10 kilometer enkele reis.
Tegemoetkomingen worden alleen betaalbaar gesteld voor zover de reisafstand woon-werkverkeer gelijk of kleiner is dan 20 kilometer enkele reis.
Voor de bepaling van de afstand woon-werkverkeer wordt gebruik gemaakt van de ANWB afstandentabellen adressen, snelste route.
De hoogte van de tegemoetkoming wordt vastgesteld op € 0,19 per afgelegde kilometer en wordt maandelijks bij voorschot uitbetaald.
Op de tegemoetkoming wordt een eigen bijdrage vervoer ingehouden van €58,25 (peildatum: 1 januari 2016)., uitgaande van 5 reisdagen per werkweek.
De eigen bijdrage wordt naar rato van het aantal reisdagen per week vastgesteld en worden jaarlijks verhoogd met toepassing van het indexcijfer voor de gezinsconsumptie, vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek.
4.2. Openbaar vervoer
Rechthebbenden ontvangen een vergoeding voor de gemaakte reiskosten woon-werkverkeer.
De hoogte van de vergoeding wordt vastgesteld overeenkomstig de kosten van het openbaar vervoer 2e klasse waarbij wordt uitgegaan van het laagste mogelijke tarief.
Rechthebbende dient de gereisde kilometers woon-werkverkeer aantoonbaar te maken door overlegging van de aangeschafte vervoersbewijzen.
Vergoedingen worden alleen betaalbaar gesteld aan die rechthebbenden voor wie geldt dat de reisafstand woon-werkverkeer groter is dan 10 kilometer enkele reis.
De vergoeding wordt maandelijks bij voorschot uitbetaald.
4.3. Vervoer per fiets
Rechthebbenden ontvangen een tegemoetkoming voor de gemaakte reiskosten woon-werkverkeer.
De tegemoetkoming wordt alleen betaalbaar gesteld aan die rechthebbenden voor wie geldt dat de reisafstand woon-werkverkeer kleiner of gelijk is aan 10 kilometer enkele reis.
De tegemoetkoming wordt alleen uitgekeerd aan medewerkers die voor het woon-werkverkeer uitsluitend gebruikmaken van een fiets die via het fietsenplan van de gemeente Oegstgeest is aangeschaft.
De hoogte van de tegemoetkoming wordt vastgesteld op een eenmalig bedrag van € 150,--bruto en wordt uitbetaald in de maand volgend op de maand waarin rechthebbende deelneemt aan het fietsenplan.
De tegemoetkoming wordt vastgesteld naar rato van het aantal werkdagen dat de medewerker werkzaam is op het moment van deelname aan het fietsenplan.