Het subsidieplafond voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang wordt jaarlijks vastgesteld door het college.
Indien het totaal van de subsidieaanvragen - zoals genoemd in artikel 28.6 lid 2 -het subsidieplafond overschrijdt wordt bij de subsidieverlening allereerst voorrang verleend aan dat deel van de aanvragen dat invulling geeft aan het bieden van continuïteit van beschermd wonen en maatschappelijke opvang aan cliënten in de centrumgemeenteregio Zwolle die deze voorzieningen benutten en waarvoor door de centrumgemeente Zwolle ook subsidie verleend is in het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
Indien, na toepassing van artikel 28.4 lid 2 van deze verordening, het totaal van de subsidieaanvragen zoals omschreven in artikel 28.4 lid 2 het subsidieplafond overschrijdt, wordt het beschikbare subsidiebudget evenredig onder de aanvragen verdeeld. Indien, na toepassing van artikel 28.4 lid 2 van deze verordening, het subsidieplafond nog niet overschreden is, wordt voorrang gegeven aan die aanvragen die het meeste bijdragen aan het subsidiedoel.
Voor de aanvragen tot subsidieverlening die gedurende het lopende kalenderjaar kunnen worden ingediend (zoals bedoeld in artikel 28.6 lid 4) kan een afzonderlijk subsidieplafond worden vastgesteld door het college.
De verdeling van het beschikbare subsidiebudget ten behoeve van de in artikel 28.6 lid 4 omschreven aanvragen vindt plaats op volgorde van datum van ontvangst van de subsidieaanvragen.