Voor de aanvraag tot subsidievaststelling dient gebruik gemaakt te worden van het door het college vastgestelde vaststellingsformulier.
De vaststelling van de subsidie vindt plaats op basis van het werkelijk aantal (doelgroep)peuters, dat gedurende een jaar of een gedeelte van het jaar gebruik heeft gemaakt van de voorschoolse voorzieningen.
Voor de vaststelling van de subsidie registreert de houder de volgende gegevens:
het aantal doelgroeppeuters, uitgesplitst naar ouders met en zonder kinderopvangtoeslag;
het aantal niet-doelgroeppeuters, uitgesplitst naar ouders met en zonder kinderopvangtoeslag;
het aantal uren dat doelgroep- en niet-doelgroeppeuters gebruik hebben gemaakt van peuteropvang gedurende de subsidieperiode, uitgesplitst naar peuters van ouders met en zonder kinderopvangtoeslag;
de werkelijke inschaling ten opzichte van de aangevraagde inschaling van inkomens op basis van de adviestabel ouderbijdrage peuteropvang;
Het aantal peuters uit minima gezinnen dat deel heeft genomen aan gesubsidieerde (VVE) peuteropvang.
De verantwoording zoals opgenomen in lid 1 en 2 van dit artikel dient vergezeld te gaan van een accountantsverklaring.
Artikel 16.11 Subsidie vaststelling
Artikel 16.11 Subsidie vaststelling
Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Zwolle