basisschool: een school in de gemeente Zwolle waar basisonderwijs wordt gegeven, niet zijnde een speciale school voor basisonderwijs;
bevoegd gezag: het bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, artikel 1;
houder: degene aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet 2007 toebehoort en die met die onderneming een kindercentrum exploiteert;
LEA: het lokale educatieve agenda overleg tussen de gemeente Zwolle, de bevoegde gezagsorganen van scholen en de houders van kindercentra.
Artikel 15.2 Doel
Doel van deze verordening is om een bijdrage te leveren aan het doel van het Onderwijskansenbeleid: ‘De verbetering van onderwijskansen van kinderen met een (risico op een) onderwijsachterstand’. Hierbij ligt de focus op de subdoelen:
meer (doelgroep)peuters gaan naar een voorschoolse voorziening;
meer doelgroepkinderen ontwikkelen zich binnen hun eigen mogelijkheden;
meer ouders worden betrokken bij de taal- en de bredere ontwikkeling van hun kind;
er is minder segregatie in de voorschoolse voorzieningen en het onderwijs;
er is sneller passende ondersteuning voor het kind en zijn ouder(s)/verzorger(s).
Artikel 15.3 Subsidiesoorten
Deze verordening kent twee subsidiesoorten:
Incidentele activiteitensubsidie: een subsidie die bestemd is om activiteiten van eenmalige, incidentele aard uit te voeren. Deze subsidie kan voor maximaal twee keer, achtereenvolgend, worden verleend.
Structurele activiteitensubsidie: een subsidie om jaarlijks terugkerende activiteiten uit te voeren.
Artikel 15.4 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor:
interventies die bijdragen aan dat meer kinderen die vroegschoolse educatie gevolgd hebben, beschikken over een adequaat taal en rekenniveau om vervolgonderwijs te kunnen volgen en ontwikkelen zich binnen de bandbreedte van de normale ontwikkeling;
NT2 onderwijs;
een zomervakantieprogramma toegankelijk voor Zwolse kinderen behorende tot de doelgroep van dit hoofdstuk, ongeacht naar welke kinderopvang of basisschool deze kinderen gaan;
Boekstart, Voorleesexpress en het programma Alle Zwolse Kinderen Lezen;
VVE platform en ondersteuning;
VVE Taal & Gezin;
Kinderopvang Plus;
incidentele activiteiten.
Artikel 15.5 Toetsingscriteria aanvrager
Voor incidentele activiteitensubsidie geldt dat:
de aanvraag dient tenminste in gezamenlijkheid door twee organisaties te worden ingediend;
de aanvragers dienen aan te tonen dat de subsidiabele incidentele activiteit aansluit bij het doel en een of meerdere subdoelen van deze verordening;
activiteiten voor basisschoolleerlingen moeten medegefinancierd worden door minimaal één schoolbestuur.
Voor structurele activiteitensubsidie geldt dat:
de aanvrager dient aan te tonen dat de subsidiabele activiteit aansluit bij het doel en een of meerdere subdoelen van deze verordening;
Activiteiten voor basisschoolleerlingen moeten aantoonbaar in samenwerking met de verantwoordelijke schoolbesturen worden georganiseerd;
subsidie voor interventies onder artikel 15.4, lid a kan alleen worden aangevraagd door één of meerdere schoolbesturen, eventueel in samenwerking met andere organisaties;
subsidie genoemd onder artikel 5, lid b kan alleen samen worden aangevraagd door minimaal twee schoolbesturen.
Artikel 15.7 Subsidieplafonds
Er gelden de volgende subsidieplafonds per kalenderjaar met ingang van 2022:
interventies die bijdragen aan dat meer kinderen die vroegschoolse educatie gevolgd hebben, beschikken over een adequaat taal en rekenniveau om vervolgonderwijs te kunnen volgen en ontwikkelen zich binnen de bandbreedte van de normale ontwikkeling: € 75.000,-.
NT2 onderwijs: € 200.000,-.
een zomervakantieprogramma toegankelijk voor Zwolse kinderen behorende tot de doelgroep van dit hoofdstuk, ongeacht naar welke kinderopvang of basisschool deze kinderen gaan: € 75.000,-.
Boekstart, Voorleesexpress en het programma Alle Zwolse Kinderen Lezen: € 200.000,-.
VVE platform en ondersteuning: € 90.000,-.
VVE Taal & Gezin en Kinderopvang Plus: € 535.000,-;
incidentele activiteiten: € 75.000,-.
Bij overschrijding van de subsidieplafonds genoemd in artikel 15.7, lid a tot en met lid f, wordt het totaalbedrag evenredig over de voor subsidie in aanmerking te nemen aanvragen verdeeld. Dat betekent dat de individuele voor subsidie in aanmerking te nemen aanvragen elk met een gelijk percentage worden gekort.
Bij overschrijding van de subsidieplafond genoemd in artikel 15.7, lid g wordt de toekenning gebaseerd op volgorde van binnenkomst.
Artikel 15.8 Subsidieaanvraag
Voor de aanvraag van incidentele activiteitensubsidie dient gebruik gemaakt te worden van het door het college vastgesteld formulier;
Voor de aanvraag van structurele activiteitensubsidie dient gebruik gemaakt te worden van het door het college vastgesteld formulier;
Bij de aanvraag wordt door de aanvragers ingediend:
een omschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt gevraagd, zoveel mogelijk gespecificeerd naar aard, doelgroep, frequentie en duur, organisaties waarmee samengewerkt gaat worden en verwacht aantal deelnemers;
een gespecificeerde begroting waaruit duidelijk blijkt hoeveel subsidie zij verwacht nodig te hebben voor het uitvoeren van de onder a. bedoelde activiteiten en wat de eigen bijdrage, de bijdrage van andere organisaties en van ouders is.
Hoe de subsidie bijdraagt aan het doel van deze verordening.
De aanvraag voor incidentele activiteitensubsidie kan gedurende het gehele kalenderjaar worden ingediend bij het subsidieloket van de gemeente Zwolle.
De aanvraag voor structurele activiteitensubsidie voor kalenderjaar 2022 dient voor 1 december 2021 te worden ingediend bij het subsidieloket van de gemeente Zwolle;
De aanvraag voor structurele activiteitensubsidie voor vanaf kalenderjaar 2023 dient voor 15 oktober voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft te worden ingediend bij het subsidieloket van de gemeente Zwolle;
Op de eerstvolgende LEA na indiening wordt de subsidieaanvraag medegedeeld door de gemeente Zwolle.
Artikel 15.19 Aanvraag tot subsidievaststelling
Voor de aanvraag tot subsidievaststelling dient gebruik gemaakt te worden van het door het college vastgestelde formulier.
Voor de aanvraag tot vaststelling van de subsidie verstrekt de aanvrager:
een overzicht van de activiteiten waarvoor de subsidie is aangevraagd, zoveel mogelijk gespecificeerd naar aard, doelgroep, frequentie, organisaties waarmee is samengewerkt en aantal deelnemers;
inzicht (kwalitatief) op de effecten van de uitgevoerde activiteiten voor wat betreft het verbeteren van onderwijskansen voor kinderen van 0 tot 13 jaar met (een risico op) een onderwijsachterstand.
daadwerkelijke financiële kosten van de activiteiten in het betreffende kalenderjaar;
inzicht in de eventuele eigen bijdrage van de aanvrager, andere organisaties en ouders, voor de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd.
Artikel 15.20 Weigeringsgronden
De subsidie kan worden geweigerd indien niet voldaan wordt aan hetgeen in dit hoofdstuk is gesteld.
Ook de weigeringsgronden als bedoeld in Afdeling 1.4 van de Algemene Subsidieverordening Zwolle en de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing op de uitvoering van deze verordening.
Artikel 15.21 Hardheidsclausule
Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van de bepalingen in dit hoofdstuk of de strikte toepassing hiervan versoepelen.
Artikel 15.22 Inwerkingtreding en citeertitel
Dit hoofdstuk treedt in werking direct na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 november 2021.
Dit hoofdstuk wordt aangehaald als: Verordening subsidie onderwijskansenbeleid.
Artikel Artikel 15.1 Begripsbepalingen
Artikel Artikel 15.1 Begripsbepalingen
Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Zwolle