In deze subsidiedeelverordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Aanbieder: rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die jegens het college gehouden is een algemene voorziening of een maatwerkvoorziening te leveren op grond van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015
Accommodatie van een instelling: een woonvoorziening op naam van een instelling waar cliënten met een maatwerkvoorziening maatschappelijke opvang tijdelijk verblijven en die passend is bij de ondersteuningsbehoefte en de herstelgedachte voor cliënten.
Centrumgemeente: gemeente als bedoeld in artikel 1 onder f van het Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid.
Regio IJssel-Vecht: Samenwerkingsverband van gemeenten bestaande uit de gemeenten Dalfsen, Hattem, Kampen, Ommen, Hardenberg, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle.
Structurele jaarplek: structurele plek maatschappelijke opvang die voor een volledig kalenderjaar gesubsidieerd wordt en in het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar ook (structureel) gesubsidieerd werd.
Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die hierboven niet nader zijn omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zwolle, de algemene subsidieverordening Zwolle en de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 32.2 Subsidiedoel
Het verstrekken van subsidie op basis van deze verordening heeft als doel te waarborgen dat cliënten maatschappelijke opvang hun ondersteuning in natura bij aanbieders kunnen verzilveren.
Artikel 32.3 Subsidieaanvrager
Subsidie kan worden aangevraagd door een aanbieder die maatschappelijke opvang aanbiedt ten behoeve van cliënten met een geldige toekenningsbeschikking van de Centrale Toegang voor maatschappelijke opvang van een gemeente uit de regio IJssel-Vecht.
De aanbieder voldoet aan de vereisten zoals opgenomen in de Wmo 2015.
De aanbieder levert zelf de maatwerkvoorzieningen; indien voor leden van een coöperatie een subsidieaanvraag wordt ingediend, worden de leden gezien als een aanbieder zoals genoemd in artikel 32.3 lid 1. De leden voldoen individueel aan de vereisten zoals opgenomen in de Wmo 2015
Het College kan nadere regels stellen ten aanzien van de vereisten om voor subsidiëring maatschappelijke opvang in aanmerking te komen.
Artikel 32.4 Aanvraag tot subsidieverlening
De aanbieder maakt bij de aanvraag tot subsidieverlening gebruik van een door het College vastgesteld aanvraagformulier voor maatschappelijke opvang en een ingevuld format ter onderbouwing van de aanvraag, alsmede de voorgeschreven bijlagen zoals omschreven in de nadere regels.
Tenzij het College anders bepaalt, moeten aanvragen tot subsidieverlening voor maatschappelijke opvang voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft, worden ingediend.
Bij de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening wordt een prognose ingediend van het te verwachten aantal benodigde jaarplekken voor een voorziening maatschappelijke opvang op 1 januari van het kalenderjaar waarvoor de subsidie wordt gevraagd en de daarbij te verwachten kosten.
Voor maatschappelijke opvang kan subsidie worden aangevraagd voor maximaal het aantal structurele jaarplekken waarvoor in het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd subsidie is verleend.
Artikel 32.5 Opschorting beslissing op subsidieaanvraag
Indien de aanbieder of de accommodatie van een instelling, voor indiening van de aanvraag tot subsidieverlening, dan wel gedurende de behandeling van de aanvraag om subsidieverlening, onderwerp is van een onderzoek op grond van de Wet Bibob, een onderzoek uitgevoerd door of in opdracht van een gemeente of door de aangewezen toezichthouder Wmo, een onderzoek door een Inspectie-instelling, het Zorgkantoor, een zorgverzekeraar of een onderzoek door de politie of het Openbaar Ministerie, is het College bevoegd om de beslissing op een subsidieaanvraag op te schorten gedurende de periode van het onderzoek
Het College kan op grond van de subsidieaanvraag besluiten dat een onderzoek van de toezichthouder Wmo noodzakelijk is voor de beoordeling van de subsidieaanvraag en het College is bevoegd om de beslissing op een subsidieaanvraag op te schorten gedurende de periode van het onderzoek.
Indien College op basis van een onderzoek zoals bedoeld in lid 1 of 2 de aanbieder verzoekt een verbeterplan op te stellen en uit te voeren kan de beslissing op een subsidieaanvraag worden opgeschort tot het moment dat het verbeterplan is uitgevoerd en de genomen maatregelen als voldoende beoordeeld worden door het College.
Artikel 32.6 Aanvullende weigeringsgronden
De subsidieaanvraag kan, naast de artikelen 4:25 en 4:35 van de Awb en artikel 1.21 van de ASV, geweigerd worden indien:
naar het oordeel van het College de continuïteit van de te subsidiëren activiteiten onvoldoende door de subsidieaanvrager kan worden gewaarborgd.
naar het oordeel van het College onvoldoende wordt aangetoond dat de ondersteuning voldoet aan de kwaliteitseisen, zoals nader omschreven in de bijlage Kwaliteitseisen maatwerkvoorzieningen Wmo, behorend bij de Verordening maatschappelijke ondersteuning.
de subsidieaanvrager een aanwijzing, maatregel of boete opgelegd heeft gekregen van een gemeente of van een van de instanties zoals genoemd in artikel 32.5 lid 1 in de periode van drie jaar voorafgaand aan het jaar voorafgaand aan de aanvraag en/of de inzet van de ondersteuning;
de subsidieaanvrager in een periode van drie jaar voorafgaand aan de aanvraag en/of de inzet van de ondersteuning bij rechterlijke uitspraak onherroepelijk is veroordeeld.
de aanbieder zich niet heeft gehouden aan de gestelde eisen met betrekking tot aanvraag, tussenrapportage en verantwoording van de subsidie, in de drie jaar voorafgaand aan de aanvraag en /of aan de inzet van de ondersteuning.
één of meerdere leden van een coöperatie niet voldoen aan eisen die in deze verordening worden gesteld aan een subsidieaanvraag.
Artikel 32.7 Subsidieplafond
Jaarlijks stelt het College het subsidieplafond voor subsidiëring maatschappelijke opvang vast.
Indien het totaal van de subsidieaanvragen - zoals bedoeld in artikel 32.4 - het subsidieplafond overschrijdt, wordt bij de subsidieverlening voorrang verleend aan dat deel van de aanvragen voor jaarplekken waarvoor ook subsidie verleend is in het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
Indien, na toepassing van artikel 32.7 lid 2 van deze verordening, het totaal van de subsidieaanvragen het subsidieplafond overschrijdt, wordt het beschikbare subsidiebudget evenredig onder de aanvragen voor reeds eerder gesubsidieerde jaarplekken verdeeld.
De subsidie voor aanvragen van jaarplekken wordt bepaald door vermenigvuldiging van:
het aantal cliënten dat volgens de prognose van de aanbieder een voorziening maatschappelijke opvang wordt geboden op 1 januari van het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, waarbij onderscheid kan worden gemaakt in aard en zwaarte van de te bieden voorziening met:
de, door het College, vastgestelde maximale subsidiabele kosten van de voorzieningen voor maatschappelijke opvang waarbij onderscheid kan worden gemaakt in aard en zwaarte van de te bieden voorziening.
Artikel 32.8 Subsidiemethodiek
Artikel 32.9 Subsidievaststelling
De subsidie wordt vastgesteld op basis van de werkelijke subsidiabele kosten met als maximum het verleend subsidiebedrag mits de gesubsidieerde activiteiten zijn uitgevoerd en aanbieder heeft voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidieverlening zijn verbonden.
Bij een bezettingspercentage van de jaarplekken lager dan 97% kan het College de subsidie lager vaststellen. Uitgangspunt daarbij is dat de subsidie in die gevallen evenredig met het gerealiseerde bezettingspercentage lager wordt vastgesteld.
Artikel 32.10 Hardheidsclausule
In gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het College.
Artikel 32.11 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als subsidieverordening maatschappelijke opvang.
Artikel 32.12 Ingangsdatum
Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking
TOELICHTING
Algemeen
Gemeenten zijn vanaf 1 januari 2015 verantwoordelijk voor de uitvoering van taken op het gebied van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Onderdeel hiervan is het bieden van voorzieningen op het gebied van maatschappelijke opvang. De basis voor deze subsidiëring dient in een subsidieverordening te liggen omdat voor subsidiering een wettelijke grondslag vereist is. De uitvoering van de subsidieverordening ligt bij het college van burgemeester en wethouders. Een subsidieverordening bevat de procedurele eisen en criteria die in het kader van de subsidiëring worden gesteld. Hierin is bijvoorbeeld opgenomen waar een aanvraag aan moet voldoen, welke kosten subsidiabel zijn en welke termijnen van toepassing zijn.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 32.2 Subsidiedoel
De gemeente Zwolle is op grond van de Wmo 2015 verplicht maatschappelijke opvang aan te bieden in de regio IJssel-Vecht. Een cliënt met een geldige toekenning van een gemeente uit de regio IJssel-Vecht kan deze ondersteuning verzilveren via een pgb of in natura (zin). Deze verordening maakt verzilvering in natura mogelijk.
Artikel 32.3 Subsidieaanvrager
In artikel 32.3 wordt aangegeven wie subsidie kan aanvragen. In lid 2 wordt aangegeven dat de aanbieder moet voldoen aan de vereisten zoals opgenomen in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Dit is van belang omdat in de Wmo 2015 alle eisen zijn opgenomen die vereist zijn bij het bieden van voorzieningen in het kader van de Wmo 2015. Zoals dat de voorziening in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt geboden. Deze wettelijke vereisten zijn nader uitgewerkt in de verordening maatschappelijke ondersteuning.
Artikel 32.4 Aanvraag tot subsidieverlening
In artikel 32.4 wordt, in aanvulling op en in afwijking van de algemene subsidieverordening Zwolle, het proces beschreven voor de aanvraag tot subsidieverlening. Hierbij is in afwijking van de algemene subsidieverordening gekozen voor 1 oktober als indieningstermijn.
Artikel 32.5 Opschorten beslissing op subsidieaanvraag
Een subsidieaanvrager kan onderwerp van onderzoek zijn bij meerdere instanties of instellingen. Dergelijke onderzoeken richten zich vaak op de kwaliteit van de verleende zorg en worden ingesteld naar aanleiding van meldingen, signalen of klachten over de verleende zorg aan cliënten. Zo lang een dergelijk onderzoek loopt is het niet wenselijk om vooruitlopend op de uitkomsten van dit onderzoek een beslissing op de ingediende subsidieaanvraag te nemen. In dit artikel is daarom de bevoegdheid opgenomen om de beslissing op een subsidieaanvraag op te schorten tot het moment waarop het onderzoek is afgerond en eventuele verbetermaatregelen naar tevredenheid van het College zijn uitgevoerd.
Artikel 32.6 Aanvullende weigeringsgronden
In de (subsidie) praktijk is er behoefte aan meer weigeringsgronden dan de gronden die in artikel 1.21 van de algemene subsidieverordening Zwolle en artikel 4:35 Awb worden genoemd. Zo maakt artikel 32.6 lid 1 het mogelijk om aanvragen van aanbieders waarbij twijfel is over de kwaliteit van de ondersteuning of waarvan is gebleken dat ze ondersteuning bieden die niet aan de kwaliteitseisen voldoet, te weigeren. De continuïteit en de kwaliteit van de ondersteuning wordt onder meer beoordeeld aan de hand van de documenten en gegevens die moeten worden ingeleverd bij de subsidieaanvraag. Deze worden genoemd in artikel 32.4 en in de nadere regels die op grond van artikel 32.3 lid 4 door het College zijn vastgesteld.
Indien er twijfel over de kwaliteit van de ondersteuning is of als er onvoldoende beeld over de kwaliteit van de ondersteuning is, bijvoorbeeld omdat het een nieuwe subsidieaanvrager betreft, kan het College ook beslissen tot het laten uitvoeren van een onderzoek door de toezichthouder Wmo (zie artikel 32.5).
Zorgaanbieders kunnen, afhankelijk van hun financiering, onderwerp van onderzoek zijn door verschillende inspecties en toezichthouders, zoals gemeenten, Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd, Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Zorgkantoren en zorgverzekeraars. Deze onderzoeken vinden onder meer plaats naar aanleiding van meldingen, signalen of klachten over onvoldoende kwaliteit of gebrekkige dienstverlening aan cliënten. De uitkomsten van deze onderzoeken kunnen leiden tot het opleggen van maatregelen, aanwijzingen of (bestuurlijke) boetes door voornoemde instanties.
Lid 1c geeft aan dat een opgelegde maatregel, aanwijzing of boete een weigeringsgrond kan opleveren bij een subsidieaanvraag. Onder een maatregel van de gemeente kan een intrekking of wijziging van een eerdere subsidiebeschikking ten nadele van de subsidieontvanger of een weigering van een eerdere subsidieaanvraag worden begrepen.
Lid 1d heeft betrekking op onherroepelijke veroordelingen van de aanvrager op grond van het overtreden van de wet. Daarbij kan in het bijzonder worden gedacht aan veroordelingen voor strafbare feiten zoals genoemd in artikel 2.86 lid 2 en 6 van de Aanbestedingswet.
Artikel 32.7 Subsidieplafond
Jaarlijks wordt door het college een subsidieplafond voor maatschappelijk opvang vastgesteld. Mocht het subsidieplafond voor jaarplekken worden overschreden dan wordt elke aanbieder evenredig gekort. Evenredig wil zeggen procentueel naar het maximaal te subsidiëren bedrag.
Artikel 32.8 Subsidiemethodiek
De subsidiemethodiek wordt door het College vastgesteld. Volgens de Algemene subsidieverordening is het college bevoegd subsidie geheel of gedeeltelijk te weigeren indien de subsidieaanvrager zelf in de kosten van de voor subsidie in aanmerking komende voorzieningen kan voorzien. Het College kan hiervoor nadere regels opstellen.
Artikel 32.9 Subsidievaststelling
De subsidie wordt vastgesteld op basis van de werkelijke subsidiabele kosten. De reeds verleende subsidie geeft daarbij het maximum aan. Bij de vaststelling van de subsidie wordt een bezettingspercentage van 97% geaccepteerd. Een lagere bezettingspercentage dan 97% moet worden toegelicht. Zonder aannemelijke uitleg of toelichting kan de subsidie bij vaststelling evenredig lager vastgesteld worden. Bijvoorbeeld: in het geval een bezetting van 95% gerealiseerd is, kan het College de subsidie op maximaal 95% van de verleende subsidie vaststellen.
Artikel 32.10 Hardheidsclausule
Wanneer helemaal geen mogelijkheden zijn binnen de bestaande jaarplekken of geen beroep kan worden gedaan op de andere subsidiëringsmogelijkheden (zoals overbruggingssubsidie of subsidie spoedplek) en er naar het oordeel van de Centrale Toegang sprake is van een ‘onwenselijke’ situatie ten aanzien van een specifieke cliënt, kan het College gebruik maken van de hardheidsclausule. Met het opnemen van de hardheidsclausule heeft het College de mogelijkheid een besluit te nemen over de gevallen waarin hoofdstuk 32 van deze verordening niet voorziet.
Artikel 32.1 Begripsbepalingen
Artikel 32.1 Begripsbepalingen
Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Zwolle
Verwijzingen
- artikel 32
- Artikel 32
- Artikel 32
- Artikel 32
- Artikel 32
- Artikel 32
- Artikel 32
- Artikel 32
- artikel 1
- artikel 32
- artikel 32
- Artikel 32
- artikel 32
- artikel 32
- Artikel 32
- Artikel 32
- artikel 4
- artikel 32
- Artikel 32
- Artikel 32
- Artikel 32
- Artikel 32
- Artikel 32
- artikel 32
- Artikel 32
- artikel 2
- artikel 32
- Artikel 32
- artikel 32
- artikel 1
- Artikel 32
- artikel 32
- Artikel 32
- Artikel 32
- artikel 1