Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 34

Artikel 34.8 Selectiecriteria

Artikel 34.8 Selectiecriteria

Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Zwolle

Na de uiterste indieningsdatum en ontvangst van de volledige aanvragen, genoemd in artikel 34:5, en voldaan is aan de subsidiecriteria, vindt rangschikking plaats van alle activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd per subsidiabele activiteit. Indien voor een van de drie genoemde subsidiabele activiteiten geen tot onvoldoende aanvragen zijn ingediend of dat de breedte van de doelgroep onvoldoende bediend wordt, dan vindt overleg plaats met de meest aangewezen partij(en) met het verzoek of zij hun aanvraag daarop kunnen aanpassen. De rangschikking per subsidiabele activiteit wordt bepaald door de punten onder a tot en met e bij elkaar op te tellen: 0 tot 40 punten voor de mate waarin per subsidiabele de activiteit(en) aansluit bij de beleidsdoelstellingen, de beoogde resultaten en de mate waarin de beoogde effectiviteit is onderbouwd; 0 tot 40 punten voor de mate waarin de kosten van de activiteit in verhouding staan tot de omvang van het aantal deelnemers en de breedte van de doelgroep die wordt bereikt en/of het effect dat wordt verwacht. We letten hierbij op de mate van collectiviteit, inzet van vrijwilligers in verhouding tot professionals en gebruikmaking van bestaande locaties, activiteiten en voorzieningen; 0 tot 10 punten voor de mate waarin de organisatie beschikt over een aantoonbaar netwerk en verbinding in de wijk en de buurt en voldoende kennis heeft over de verhoudingen en omstandigheden in de wijk of buurt; 0 tot 10 punten voor de mate waarin de organisatie aantoonbare kennis en ervaring heeft met (een deel van) de doelgroep en begeleiding daarvan; 0 tot 10 punten voor de mate waarin partijen samenwerken of een samenwerkingsverband vormen als dat bijdraagt aan een beter aanbod om de breedte van de doelgroep te kunnen bedienen. We hanteren de volgende verdeling van het beschikbare subsidieplafond: maximaal 60% wordt toegekend aan subsidiabele activiteit 1: Begeleiding en activiteiten; maximaal 20% wordt toegekend aan subsidiabele activiteit 2: Competentievergroting vrijwilligers en organisaties; maximaal 20% wordt toegekend aan subsidiabele activiteit 3: Herontdekken van interesses en vaardigheden; het college heeft de bevoegdheid van deze verdeling af te wijken als dit noodzakelijk blijkt te zijn voor het bereiken van de beoogde resultaten. De beoordeling en toekenning vindt plaats per subsidiabele activiteit en worden vastgelegd op een scoringsformulier. Aanvragen worden achtereenvolgend gerangschikt op basis van de puntenscore volgens de selectiecriteria en de verdeling van het beschikbare subsidieplafond over de drie subsidiabele activiteiten. Indien er bij een subsidiabele activiteit meerdere activiteiten zijn voorgesteld, dan vindt rangschikking van de activiteiten plaats op de score die zij hebben gekregen. De activiteit(en) die het hoogste scoort wordt als eerste geheel of gedeeltelijk toegekend om tot een samenhangend aanbod te komen. Voor de daaropvolgende activiteiten wordt subsidie uitsluitend geheel of gedeeltelijk toegekend als dat nodig is voor het bereiken van de breedte van de doelgroep(en). Aanvragen voor een subsidiabele activiteit die lager scoren dan 60 punten worden niet toegekend. Het college kan besluiten om tot een andere verdeling te komen om een samenhangend aanbod te krijgen die aansluit op de beleidsdoelstellingen en om de breedte van de doelgroep te bedienen, per subsidiabele activiteit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel